Archivos de diario de julio 2021

06 de julio de 2021

192-Monitoring door 15 minuten lang Dagvlinders te tellen met "Butterfly Count"

Overal in Europa kun je nu meewerken aan Dagvlinderonderzoek door 15 minuten lang vlinders te te tellen, een soort "Live" atlas.

De app is zo gemaakt dat deze eenvoudig in het gebruik is ‘record as you go’ functionality zou je eenvoudig een lijst van soorten en aantallen moeten kunnen maken per locatie met zo weinig mogelijk inspanneing.
De Resultaten zullen gebruikt worden in een Europees Monitoring schema (eBMS) om trends rondom Europa vast te kunnen stellen.

Dr Chris van Swaay van de vlinderstichting zegt “Mensen zijn van groot belang om de wereld om ons heen te begrijpen. Dagvlinders zijn nauwkeurige indicatoren van biodiversiteits verlies omdat ze gevoelig zijn door veranderingen in het landschap . Daarom zijn vlindervrijwilligers belangrijk voor onderzoek en locale en internationae bescherming om vlinderpopulaties te verbeteren.”

pictures app ButterflyCount announcement


The ButterflyCount app has the latest full list of the different butterfly species found across Europe – around 500 in total – and guides that are all available offline. It enables people to submit records in a variety of ways, though the preferred method is a 15-minute count. This is made easier thanks to a stopwatch feature as well as a GPS tracking facility so you do not need to submit your route or area surveyed. Recorders add sightings incrementally, by simply tapping +1 every time they see individuals of each species during a count.

All the features are translated into 15 European languages, with more being added.

While the app requires users to be able to distinguish between different species, it will allow thousands of enthusiasts to track the trends in butterfly species across Europe, supporting biodiversity monitoring.

Dr David Roy of the UK Centre for Ecology & Hydrology (UKCEH) explains: “We have put a lot of thought into the development of the app, to make it as easy to use as possible. The ‘record as you go’ functionality enables people to compile lists of species, and numbers seen at any location, with minimal effort.”

The results will be entered into the European Butterfly Monitoring Scheme (eBMS) database and used to establish trends of species across Europe.


Dr Chris van Swaay of Butterfly Conservation Europe says: “People play a vital role in improving our understanding of the world around us. Butterflies are accurate indicators of biodiversity loss or increase because they are sensitive to environmental change. Butterfly enthusiasts are therefore significantly supporting scientific research and, ultimately, local and national conservation initiatives to improve butterfly populations.”

The ButterflyCount app is available for iPhones and iPads via the Apple app store as well for Android devices at Google Play. There are more details on the European Butterfly Monitoring Scheme website at https://butterfly-monitoring.net/ebms-app

area to select ButterflyCount app

The development of the app has been funded by an EU Pilot Project, ABLE (Assessing ButterfLies in Europe), which is a partnership involving Butterfly Conservation Europe, UKCEH, the Helmholtz Centre for Environmental Research in Germany, Dutch Butterfly Conservation and Butterfly Conservation UK. This project will provide an analysis on the state of Europe’s butterflies by producing trends for species in grassland, woodland and wetland habitats, as well as examining the impacts of climate change as well as EU policies and initiatives on butterfly populations.

Links, references

  1. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  2. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  3. For Apple devices (iPhones, iPads) - https://apps.apple.com/ie/app/ebms/id1461711373
  4. For Android devices - https://play.google.com/store/apps/details?id=uk.ac.ceh.ebms&hl=en_GB
  5. https://www.sovon.nl/nl/liveatlas

192-Monitoring door 15 minuten lang Dagvlinders te tellen met "Butterfly Count"

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

193-Starten met de Live Atlas, Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas

Starten met LiveAtlas

Tellingen voor LiveAtlas kun je het beste in de app Avimap invoeren. Maar het kan ook via het online portaal. Op deze pagina leggen we beknopt uit hoe je snel van start kunt. Wees gerust, een telling invoeren is na een goede start een fluitje van een cent. Ben je nog niet aangesloten als teller bij Sovon? Dan begin je in elk geval met de eerste stap.

Registreer je bij Sovon

Om als waarnemer gegevens in te voeren en te zien bij Sovon, dien je geregistreerd te zijn. Dat regel je in twee minuten via de registratiepagina

Ben je al voor andere projecten van Sovon actief, dan kun je na inloggen meteen meedoen met LiveAtlas.

Wat is de bedoeling?

In de handleiding lees je wat je precies kunt doen om een volledige lijst bij te houden en in te voeren voor LiveAtlas.

Lijsten invoeren op de website

Een lijstje van een wandeling bijgehouden? Je kunt deze envoudig achteraf invoeren via het online invoerportaal.

Avimap om in het veld in te invoeren

Je lijstjes in het veld meteen invoeren? Dat kan met de app Avimap, die beschikbaar is voor Android en Apple. In de app selecteer je het project via Selecteer plot. Bekijk voordat je op pad gaat de handleiding over hoe je telt voor LiveAtlas. 

Je downloadt de laatste versie van de app op het toestel waar je het veld mee in gaat. Klik op de button om te downloaden:

 

Heb je de app? Update deze dan regelmatig om de nieuwste versie van LiveAtlas te gebruiken. Dit kan in de Playstore handmatig of door de instelling Automatisch updaten te gebruiken.

Links, references

  1. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  2. Libellen tellen met LiveAtlaslLbellen kunt tellen als je een lijstje invult voor het project LiveAtlas (https://www.liveatlas.nl). Als je vogels telt voor dit project kun je ook de libellen die je tegenkomt bijhouden, of een apart lijstje met alleen libellen (en/of dagvlinders) invullen.
  3. Het is ook mogelijk om je vogeltellingen te combineren met lijstjes van andere soortgroepen. Of bijvoorbeeld alleen dagvlinders en libellen te tellen. Deze gegevens worden verwerkt en gebruikt door De Vlinderstichting.
    In LiveAtlas kunnen ook zoogdieren, dagvlinders en libellen geteld worden. De invoer werkt in principe hetzelfde als bij vogels: houd een compleet lijstje bij langs je route. Bij deze soortgroepen voer je alleen geen overvliegend in en gebruik je de broedcodes niet.
    https://www.sovon.nl/nl/content/andere-soortgroepen-tellen-liveatlas

  4. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  5. For Apple devices (iPhones, iPads) - https://apps.apple.com/ie/app/ebms/id1461711373
  6. For Android devices - https://play.google.com/store/apps/details?id=uk.ac.ceh.ebms&hl=en_GB
  7. https://www.sovon.nl/nl/liveatlas
  8. https://www.sovon.nl/nl/publicaties/presentatie-liveatlas
  9. https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/ervaringen-met-de-liveatlas
  10. https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/PDF-jes/presentatie_liveatlas_mei2019_handout.pdf
  11. 193-Starten met de Live Atlas
  12. Houd als vuistregel aan dat lijstjes tussen een kwartier en anderhalf uur het beste bruikbaar zijn. Het is niet nodig om precies binnen de begrenzing van één kilometerhok te blijven.We koppelen elk lijstje op basis van het zwaartepunt van de waarnemingen aan één km-hok. Wil je een route maken die meerdere uren duurt en verschillende km-hokken doorkruist, dan is het beter om je route op te delen in verschillende lijstjes.
    28 mei 2020 Online workshop LiveAtlas

    28 mei 2020 Online workshop LiveAtlas
    In deze workshop krijg je uitleg over vogeltellingen voor LiveAtlas. Hoe kun je heel laagdrempelig en uitdagend vogels tellen voor de wetenschap? Voor zowel actieve deelnemers aan het project als nieuwsgierigen die willen beginnen is dit een interessante workshop. Met veel ruimte voor vragen (live chatbox) over de techniek, methodiek en hoe je in het veld telt.
    http://www.liveatlas.nl

  13. Libellen tellen met LiveAtlas
    In deze instructievideo legt Gerdien Bos van de Vlinderstichting uit hoe je libellen kunt tellen als je een lijstje invult voor het project LiveAtlas (https://www.liveatlas.nl). Als je vogels telt voor dit project kun je
    ook de libellen die je tegenkomt bijhouden, of een apart lijstje met alleen libellen (en/of dagvlinders) invullen. Meer uitleg: https://www.sovon.nl/nl/content/andere-soortgroepen-tellen-liveatlas Mocht u geen soorten in kunnen voeren en is dit ook nooit gelukt, probeer dan uw basisdata te vernieuwen in het menu "Instellingen"

  14. Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas


    Het is ook mogelijk om je vogeltellingen te combineren met lijstjes van andere soortgroepen. Of bijvoorbeeld alleen dagvlinders en libellen te tellen. Deze gegevens worden verwerkt en gebruikt door De Vlinderstichting.

    In LiveAtlas kunnen ook zoogdieren, dagvlinders en libellen geteld worden. De invoer werkt in principe hetzelfde als bij vogels: houd een compleet lijstje bij langs je route. Bij deze soortgroepen voer je alleen geen overvliegend in en gebruik je de broedcodes niet.

    Kies zelf de soortgroep(en) die je telt
    Aan het begin van elke telling kun je aangeven welke soortgroep(en) je gaat tellen. De app geeft automatisch de keuze van je vorige telling weer.

    Tijdens de telling kun je alleen de soorten van de gekozen soortgroep(en) kiezen en invoeren.
    Wil je halverwege een telling toch een soortgroep toevoegen, dan kan dat via het menu rechtsboven en de knop [ Soortgroepen actief ]
    Geef aan het einde van de telling aan welke soortgroepen je langs de hele route compleet hebt bijgehouden.
    Anders kijken
    Voor iemand die gewend is om naar vogels te zoeken, is het kijken naar dagvlinders en libellen net even anders. Voor deze insecten moet je dichterbij kijken en meestal ook een stuk lager dan je voor vogels gewend bent. Als je kiest voor vlinders en/of libellen, wees je er dan dus van bewust dat je je zoekstrategie aanpast. Het is de bedoeling dat je alle aanwezige individuen op naam brengt. Zeker de eerste paar keren zal dat even wennen zijn. Heb je een soort echt niet herkend omdat hij veel te snel voorbij vloog? Vul dan eventueel de verzamelsoort in (bijv. glazenmaker onbekend).

Mocht u geen soorten in kunnen voeren en is dit ook nooit gelukt, probeer dan uw basisdata te vernieuwen in het menu "Instellingen"
193-Starten met de Live Atlas, Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen

Vinkhuizen vormt samen met Paddepoel en Selwerd het stadsdeel noordwestelijk van de
Hondsrug, een hoge zandrug/uitloper van het Pleistocene Drents Plateau. De Hondsrug
werd aan de oostzijde geflankeerd door het stroomgebied van de Hunze en aan de westzijde
door het stroomgebied van de Drentse Aa. Door een laagte, de zgn. "Koningslaagte",
gelegen ten noorden van de Hondsrug stroomde de Hunze bij Harssensbos samen met de
bovenloop van de Drentse Aa. Deze rivier is waarschijnlijk in de 13e eeuw westwaarts
verlegd, heet nu het Reitdiep en mondde uit in de Lauwerszee bij Zoutkamp. Het stadsdeel
vormt naast een kruispunt van land- en waterwegen, ook het overgangsgebied tussen
zuidelijke veen- en noordelijke kleigebieden.
Na de laatste ijstijd, vanaf ca 12.000 jaar geleden steeg de zeewaterspiegel door het
afsmelten van o.a. de poolkappen. De dalen van de Hunze en de Drentse Aa werden
sindsdien opgevuld door veen- en kleipakketten. In tijden van verminderde
zeespiegelstijging werd het kleilandschap gekoloniseerd, voor het eerst rond 500 v. Chr.
Een tweede kolonisatie vond plaats rond 200 v. Chr. In eerste instantie werd gewoond op de
hoger gelegen oeverwallen van kleinere geulen, later werden deze woonplaatsen verhoogd
en ontstonden wierden.
In de 4e eeuw na Chr. werden vele van deze wierden verlaten als gevolg van een
hernieuwde zeespiegelstijging en ze raakten overslibd. Sindsdien ontstond in het zuidelijk
deel van het gebied veen, dat vanaf de 11e eeuw werd ontgonnen. De kleine veenterpjes die
daarop gelegen waren spoelden rond 1200 weg. Er werd een nieuw kleipakket afgezet, de
zogenaamde knipklei, waarna het gebied opnieuw werd ontgonnen, ditmaal vanaf wierden,
gelegen o.a. langs het riviertje de Hunsinge, ongeveer de huidige Zijlvesterweg. Uit die tijd
dateert de eerste verkaveling in een zogenaamd mozaïekpatroon, in de Late Middeleeuwen
wordt een meer langgerekt verkavelingspatroon toegepast bij het ontginnen van de lagere
delen. Dat zijn de polders als "De Jonge Held, De Oude Held" en "Westerstadshamrik".
De wijk Vinkhuizen is vernoemd naar een gehucht, westelijk van de gemeentegrens (1968)
gelegen. Dit gehucht bestond uit vier boerderijplaatsen met circa 40 inwoners. Twee van
deze boerderijen, in de 18e eeuw in het bezit van de bekende stad-Groningse doopsgezinde
familie Trip, stonden bekend als "het Grote Vinkhuis" (gesloopt in 1941) en "het kleine
Vinkhuis". Van deze boerderijplaatsen is er nog één over, gelegen aan de Diamantlaan
tussen Pyrietstraat en Boraxstraat, die bij de aanleg van de wijk in de periode 1963-1971
gespaard bleef en werd aangewezen als rijksmonument.
De aanzienlijke boerenplaats, Hoitum of Hoitumheerd, lag in het midden van de vorige
eeuw nabij de huidige Diamantlaan, tussen Kornalijnlaan en Barnsteenstraat. Op deze plaats
moet reeds in de 14e eeuw een stenen huis hebben gestaan. Tijdens het u
..................
Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e
en 11e
eeuw bezitten de kloosters van Fulda en Werden (uit Duitsland) grote landgoederen in
o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met
in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

= = = =
Oorspronkelijk vormde het met de dorpen
Leegkerk en Dorkwerd en de buurtschappen Kostverloren en
Vinkhuizen een zelfstandige gemeente. Deze
werd in het noorden en westen begrensd door de gemeente
Aduard, in het oosten door de gemeenten Adorp, Noorddijk
en Groningen en in het zuiden door de provincie Drente. De
oppervlakte bedroeg 2075 hectare.
In 1969 verloor de gemeente Hoogkerk haar zelfstandigheid
en werd haar grondgebied bij dat van de gemeente Groningen
gevoegd.
Hoogkerk is gelegen op een zandrug die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Aan de iets hogere ligging dankt het dorp
ook zijn naam. Omstreeks 1200 werd een kerk gebouwd op de
plek van de huidige Hervormde kerk. De oudste bebouwing
stond langs het huidige Hoendiep en de haaks daarop
staande Kerklaan (nu Kerkstraat).
Veeteelt vormde de voornaamste bron van bestaan. Mede door
de ligging aan de handelsroute Groningen-Friesland
ontwikkelde zich daarnaast enige kleinschalige nijverheid.
De gunstige ligging op het knooppunt van land- en
waterwegen (Hoendiep, Aduarderdiep, Peizerdiep) en de
aanwezigheid van de spoorlijn en een station bij Vierverlaten vormden de belangrijkste factoren bij de
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende
eeuw. De suikerindustrie (CSM), de strokartonindustrie (De
Halm) en de teerindustrie (Smid en Hollander) waren en
zijn (beeld)bepalend in de ontwikkeling van Hoogkerk.
In 1850 telde de gemeente Hoogkerk zo'n 1000 inwoners, die
hoofdzakelijk in de landbouw werkzaam waren. In 1947 was
dit aantal gegroeid tot ruim 4500, van wie 858 werkzaam
waren in de industrie, dat wil zeggen 47% van de beroepsbevolking. Van de ruim 8000 inwoners van het dorp Hoogkerk
in 1988 waren meer dan 2000 werkzaam in de industrie,
bijna 60% van de beroepsbevolking

..............................
De vroegste ontwikkeling van Hoogkerk vond plaats op een
zuidoost-noordwest lopende zandrug, die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Op de vlakke delen hiervan en de lager
gelegen delen treft men klei en klei op veen aan.
In de middeleeuwen was er geen sprake van een landelijke
of plaatselijke overheid. Er was geen landsheer, graaf of
hertog zoals de gewesten in het zuiden van het land die
hadden. Het enige gezag werd in feite gevormd door de
kerk, die territoriaal was opgedeeld in parochies of
kerspelen.
Er waren slechts twee zaken die gemeenschappelijk
behartigd werden. De rechtspraak werd door de boeren zelf
gedaan, de beheersing van zee- en binnenwateren was in
handen van het klooster te Aduard, dat al in 1192 werd
gesticht. Veel cultuur-technische werken (waterwegen,
dijken, etc.) werden op initiatief van dit klooster
uitgevoerd.
Tot circa 1700 was er regelmatig sprake van overstromingen. Dit werd zowel veroorzaakt door het Reitdiep,
dat in open verbinding stond met de zee, als door de
afwatering van de hoge Drentse gronden via het Peizerdiep
en het Eelderdiep.
Het Eelderdiep, dat oorspronkelijk door Hoogkerk richting
Reitdiep stroomde, werd verbonden met het Peizerdiep.
Samen vormen deze het huidige Koningsdiep.
Oorspronkelijk had het Peizerdiep drie uitmondingen. Eén
hiervan werd rond 1400 door Aduarder monniken verbreed en
gekanaliseerd.
Hierdoor ontstond het Aduarderdiep.
De voornaamste wegen waren de weg van Groningen naar
Friesland langs het huidige Hoendiep en de huidige
Kerkstraat en Zuiderweg. Op het kruispunt hiervan vond ook
de eerste bebouwing van het dorp Hoogkerk plaats. Deze had
het karakter van een lintbebouwing, die zich voornamelijk
in noordelijke en oostelijke richting uitstrekte.
Iets naar het noorden liep een tweede oost-west verbinding, de Leegeweg en de weg vanaf de Kerklaan in
westelijke richting. Aan deze laatste lag een tweede
dorpje, Leegkerk. Iets ten westen van deze nederzetting
liep in noordoostelijke richting de Zijlvesterweg naar een
derde kern, Dorkwerd. Langs deze onverharde wegen en langs
het Aduarderdiep bevonden zich verspreide boerderijen.
Rond 1576 was ten behoeve van militaire doeleinden een
vaarweg van Groningen naar Friesland gegraven. Grote

gegraven Hoendiep, dat in de zeventiende eeuw in fasen tot
stand kwam. Omdat dit kanaal de wateren van verschillende
zijlvesten (waterschappen) kruiste, dienden meerdere
verlaten (sluizen) gebouwd te worden, teneinde de
verschillende waterhuishoudingen gescheiden te houden.
Op de plek waar het Koningsdiep uitmondt in het Hoendiep
werd het Pannekoeksverlaat gebouwd en aan het begin van
het Aduarderdiep het Kinderverlaat. Beide bestonden uit
twee sluizen of verlaten. Het buurtschap dat op deze plek
ontstond, kreeg dan ook de toepasselijke naam Vierverlaten.
Behalve voor de scheepvaart was het Hoendiep ook van groot
belang voor de afwatering van de lage landen rond
Hoogkerk. In 1659 werd langs het kanaal een trekweg
aangelegd van puin.
In 1789 werd de gemeente Aduard gevormd, die bestond uit
Aduard zelf, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. Hiermee kwam
formeel een eind aan het oude, typisch noord-Nederlandse
stelsel van grietenijen, waarin de grietman de centrale
figuur was. Oorspronkelijk was deze alleen belast met de
rechtspraak, maar in de loop van de tijd was het ambt meer
omvattend geworden.
In 1811 werd door de Fransen de gemeentelijke indeling
gewijzigd en werd de gemeente Hoogkerk gevo

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

194-Geschiedenis van het Hoogkerk, De Held, Vinkhuizen

Vinkhuizen vormt samen met Paddepoel en Selwerd het stadsdeel noordwestelijk van de
Hondsrug, een hoge zandrug/uitloper van het Pleistocene Drents Plateau. De Hondsrug
werd aan de oostzijde geflankeerd door het stroomgebied van de Hunze en aan de westzijde
door het stroomgebied van de Drentse Aa. Door een laagte, de zgn. "Koningslaagte",
gelegen ten noorden van de Hondsrug stroomde de Hunze bij Harssensbos samen met de
bovenloop van de Drentse Aa. Deze rivier is waarschijnlijk in de 13e eeuw westwaarts
verlegd, heet nu het Reitdiep en mondde uit in de Lauwerszee bij Zoutkamp. Het stadsdeel
vormt naast een kruispunt van land- en waterwegen, ook het overgangsgebied tussen
zuidelijke veen- en noordelijke kleigebieden.
Na de laatste ijstijd, vanaf ca 12.000 jaar geleden steeg de zeewaterspiegel door het
afsmelten van o.a. de poolkappen. De dalen van de Hunze en de Drentse Aa werden
sindsdien opgevuld door veen- en kleipakketten. In tijden van verminderde
zeespiegelstijging werd het kleilandschap gekoloniseerd, voor het eerst rond 500 v. Chr.
Een tweede kolonisatie vond plaats rond 200 v. Chr. In eerste instantie werd gewoond op de
hoger gelegen oeverwallen van kleinere geulen, later werden deze woonplaatsen verhoogd
en ontstonden wierden.
In de 4e eeuw na Chr. werden vele van deze wierden verlaten als gevolg van een
hernieuwde zeespiegelstijging en ze raakten overslibd. Sindsdien ontstond in het zuidelijk
deel van het gebied veen, dat vanaf de 11e eeuw werd ontgonnen. De kleine veenterpjes die
daarop gelegen waren spoelden rond 1200 weg. Er werd een nieuw kleipakket afgezet, de
zogenaamde knipklei, waarna het gebied opnieuw werd ontgonnen, ditmaal vanaf wierden,
gelegen o.a. langs het riviertje de Hunsinge, ongeveer de huidige Zijlvesterweg. Uit die tijd
dateert de eerste verkaveling in een zogenaamd mozaïekpatroon, in de Late Middeleeuwen
wordt een meer langgerekt verkavelingspatroon toegepast bij het ontginnen van de lagere
delen. Dat zijn de polders als "De Jonge Held, De Oude Held" en "Westerstadshamrik".
De wijk Vinkhuizen is vernoemd naar een gehucht, westelijk van de gemeentegrens (1968)
gelegen. Dit gehucht bestond uit vier boerderijplaatsen met circa 40 inwoners. Twee van
deze boerderijen, in de 18e eeuw in het bezit van de bekende stad-Groningse doopsgezinde
familie Trip, stonden bekend als "het Grote Vinkhuis" (gesloopt in 1941) en "het kleine
Vinkhuis". Van deze boerderijplaatsen is er nog één over, gelegen aan de Diamantlaan
tussen Pyrietstraat en Boraxstraat, die bij de aanleg van de wijk in de periode 1963-1971
gespaard bleef en werd aangewezen als rijksmonument.
De aanzienlijke boerenplaats, Hoitum of Hoitumheerd, lag in het midden van de vorige
eeuw nabij de huidige Diamantlaan, tussen Kornalijnlaan en Barnsteenstraat. Op deze plaats
moet reeds in de 14e eeuw een stenen huis hebben gestaan. Tijdens het u
..................
Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e
en 11e
eeuw bezitten de kloosters van Fulda en Werden (uit Duitsland) grote landgoederen in
o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met
in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

= = = =
Oorspronkelijk vormde het met de dorpen
Leegkerk en Dorkwerd en de buurtschappen Kostverloren en
Vinkhuizen een zelfstandige gemeente. Deze
werd in het noorden en westen begrensd door de gemeente
Aduard, in het oosten door de gemeenten Adorp, Noorddijk
en Groningen en in het zuiden door de provincie Drente. De
oppervlakte bedroeg 2075 hectare.
In 1969 verloor de gemeente Hoogkerk haar zelfstandigheid
en werd haar grondgebied bij dat van de gemeente Groningen
gevoegd.
Hoogkerk is gelegen op een zandrug die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Aan de iets hogere ligging dankt het dorp
ook zijn naam. Omstreeks 1200 werd een kerk gebouwd op de
plek van de huidige Hervormde kerk. De oudste bebouwing
stond langs het huidige Hoendiep en de haaks daarop
staande Kerklaan (nu Kerkstraat).
Veeteelt vormde de voornaamste bron van bestaan. Mede door
de ligging aan de handelsroute Groningen-Friesland
ontwikkelde zich daarnaast enige kleinschalige nijverheid.
De gunstige ligging op het knooppunt van land- en
waterwegen (Hoendiep, Aduarderdiep, Peizerdiep) en de
aanwezigheid van de spoorlijn en een station bij Vierverlaten vormden de belangrijkste factoren bij de
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende
eeuw. De suikerindustrie (CSM), de strokartonindustrie (De
Halm) en de teerindustrie (Smid en Hollander) waren en
zijn (beeld)bepalend in de ontwikkeling van Hoogkerk.
In 1850 telde de gemeente Hoogkerk zo'n 1000 inwoners, die
hoofdzakelijk in de landbouw werkzaam waren. In 1947 was
dit aantal gegroeid tot ruim 4500, van wie 858 werkzaam
waren in de industrie, dat wil zeggen 47% van de beroepsbevolking. Van de ruim 8000 inwoners van het dorp Hoogkerk
in 1988 waren meer dan 2000 werkzaam in de industrie,
bijna 60% van de beroepsbevolking

..............................
De vroegste ontwikkeling van Hoogkerk vond plaats op een
zuidoost-noordwest lopende zandrug, die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Op de vlakke delen hiervan en de lager
gelegen delen treft men klei en klei op veen aan.
In de middeleeuwen was er geen sprake van een landelijke
of plaatselijke overheid. Er was geen landsheer, graaf of
hertog zoals de gewesten in het zuiden van het land die
hadden. Het enige gezag werd in feite gevormd door de
kerk, die territoriaal was opgedeeld in parochies of
kerspelen.
Er waren slechts twee zaken die gemeenschappelijk
behartigd werden. De rechtspraak werd door de boeren zelf
gedaan, de beheersing van zee- en binnenwateren was in
handen van het klooster te Aduard, dat al in 1192 werd
gesticht. Veel cultuur-technische werken (waterwegen,
dijken, etc.) werden op initiatief van dit klooster
uitgevoerd.
Tot circa 1700 was er regelmatig sprake van overstromingen. Dit werd zowel veroorzaakt door het Reitdiep,
dat in open verbinding stond met de zee, als door de
afwatering van de hoge Drentse gronden via het Peizerdiep
en het Eelderdiep.
Het Eelderdiep, dat oorspronkelijk door Hoogkerk richting
Reitdiep stroomde, werd verbonden met het Peizerdiep.
Samen vormen deze het huidige Koningsdiep.
Oorspronkelijk had het Peizerdiep drie uitmondingen. Eén
hiervan werd rond 1400 door Aduarder monniken verbreed en
gekanaliseerd.
Hierdoor ontstond het Aduarderdiep.
De voornaamste wegen waren de weg van Groningen naar
Friesland langs het huidige Hoendiep en de huidige
Kerkstraat en Zuiderweg. Op het kruispunt hiervan vond ook
de eerste bebouwing van het dorp Hoogkerk plaats. Deze had
het karakter van een lintbebouwing, die zich voornamelijk
in noordelijke en oostelijke richting uitstrekte.
Iets naar het noorden liep een tweede oost-west verbinding, de Leegeweg en de weg vanaf de Kerklaan in
westelijke richting. Aan deze laatste lag een tweede
dorpje, Leegkerk. Iets ten westen van deze nederzetting
liep in noordoostelijke richting de Zijlvesterweg naar een
derde kern, Dorkwerd. Langs deze onverharde wegen en langs
het Aduarderdiep bevonden zich verspreide boerderijen.
Rond 1576 was ten behoeve van militaire doeleinden een
vaarweg van Groningen naar Friesland gegraven. Grote

gegraven Hoendiep, dat in de zeventiende eeuw in fasen tot
stand kwam. Omdat dit kanaal de wateren van verschillende
zijlvesten (waterschappen) kruiste, dienden meerdere
verlaten (sluizen) gebouwd te worden, teneinde de
verschillende waterhuishoudingen gescheiden te houden.
Op de plek waar het Koningsdiep uitmondt in het Hoendiep
werd het Pannekoeksverlaat gebouwd en aan het begin van
het Aduarderdiep het Kinderverlaat. Beide bestonden uit
twee sluizen of verlaten. Het buurtschap dat op deze plek
ontstond, kreeg dan ook de toepasselijke naam Vierverlaten.
Behalve voor de scheepvaart was het Hoendiep ook van groot
belang voor de afwatering van de lage landen rond
Hoogkerk. In 1659 werd langs het kanaal een trekweg
aangelegd van puin.
In 1789 werd de gemeente Aduard gevormd, die bestond uit
Aduard zelf, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. Hiermee kwam
formeel een eind aan het oude, typisch noord-Nederlandse
stelsel van grietenijen, waarin de grietman de centrale
figuur was. Oorspronkelijk was deze alleen belast met de
rechtspraak, maar in de loop van de tijd was het ambt meer
omvattend geworden.
In 1811 werd door de Fransen de gemeentelijke indeling
gewijzigd en werd de gemeente Hoogkerk gevo

192-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen

Vinkhuizen vormt samen met Paddepoel en Selwerd het stadsdeel noordwestelijk van de
Hondsrug, een hoge zandrug/uitloper van het Pleistocene Drents Plateau. De Hondsrug
werd aan de oostzijde geflankeerd door het stroomgebied van de Hunze en aan de westzijde
door het stroomgebied van de Drentse Aa. Door een laagte, de zgn. "Koningslaagte",
gelegen ten noorden van de Hondsrug stroomde de Hunze bij Harssensbos samen met de
bovenloop van de Drentse Aa. Deze rivier is waarschijnlijk in de 13e eeuw westwaarts
verlegd, heet nu het Reitdiep en mondde uit in de Lauwerszee bij Zoutkamp. Het stadsdeel
vormt naast een kruispunt van land- en waterwegen, ook het overgangsgebied tussen
zuidelijke veen- en noordelijke kleigebieden.
Na de laatste ijstijd, vanaf ca 12.000 jaar geleden steeg de zeewaterspiegel door het
afsmelten van o.a. de poolkappen. De dalen van de Hunze en de Drentse Aa werden
sindsdien opgevuld door veen- en kleipakketten. In tijden van verminderde
zeespiegelstijging werd het kleilandschap gekoloniseerd, voor het eerst rond 500 v. Chr.
Een tweede kolonisatie vond plaats rond 200 v. Chr. In eerste instantie werd gewoond op de
hoger gelegen oeverwallen van kleinere geulen, later werden deze woonplaatsen verhoogd
en ontstonden wierden.
In de 4e eeuw na Chr. werden vele van deze wierden verlaten als gevolg van een
hernieuwde zeespiegelstijging en ze raakten overslibd. Sindsdien ontstond in het zuidelijk
deel van het gebied veen, dat vanaf de 11e eeuw werd ontgonnen. De kleine veenterpjes die
daarop gelegen waren spoelden rond 1200 weg. Er werd een nieuw kleipakket afgezet, de
zogenaamde knipklei, waarna het gebied opnieuw werd ontgonnen, ditmaal vanaf wierden,
gelegen o.a. langs het riviertje de Hunsinge, ongeveer de huidige Zijlvesterweg. Uit die tijd
dateert de eerste verkaveling in een zogenaamd mozaïekpatroon, in de Late Middeleeuwen
wordt een meer langgerekt verkavelingspatroon toegepast bij het ontginnen van de lagere
delen. Dat zijn de polders als "De Jonge Held, De Oude Held" en "Westerstadshamrik".
De wijk Vinkhuizen is vernoemd naar een gehucht, westelijk van de gemeentegrens (1968)
gelegen. Dit gehucht bestond uit vier boerderijplaatsen met circa 40 inwoners. Twee van
deze boerderijen, in de 18e eeuw in het bezit van de bekende stad-Groningse doopsgezinde
familie Trip, stonden bekend als "het Grote Vinkhuis" (gesloopt in 1941) en "het kleine
Vinkhuis". Van deze boerderijplaatsen is er nog één over, gelegen aan de Diamantlaan
tussen Pyrietstraat en Boraxstraat, die bij de aanleg van de wijk in de periode 1963-1971
gespaard bleef en werd aangewezen als rijksmonument.
De aanzienlijke boerenplaats, Hoitum of Hoitumheerd, lag in het midden van de vorige
eeuw nabij de huidige Diamantlaan, tussen Kornalijnlaan en Barnsteenstraat. Op deze plaats
moet reeds in de 14e eeuw een stenen huis hebben gestaan. Tijdens het u
..................
Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e
en 11e
eeuw bezitten de kloosters van Fulda en Werden (uit Duitsland) grote landgoederen in
o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met
in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

= = = =
Oorspronkelijk vormde het met de dorpen
Leegkerk en Dorkwerd en de buurtschappen Kostverloren en
Vinkhuizen een zelfstandige gemeente. Deze
werd in het noorden en westen begrensd door de gemeente
Aduard, in het oosten door de gemeenten Adorp, Noorddijk
en Groningen en in het zuiden door de provincie Drente. De
oppervlakte bedroeg 2075 hectare.
In 1969 verloor de gemeente Hoogkerk haar zelfstandigheid
en werd haar grondgebied bij dat van de gemeente Groningen
gevoegd.
Hoogkerk is gelegen op een zandrug die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Aan de iets hogere ligging dankt het dorp
ook zijn naam. Omstreeks 1200 werd een kerk gebouwd op de
plek van de huidige Hervormde kerk. De oudste bebouwing
stond langs het huidige Hoendiep en de haaks daarop
staande Kerklaan (nu Kerkstraat).
Veeteelt vormde de voornaamste bron van bestaan. Mede door
de ligging aan de handelsroute Groningen-Friesland
ontwikkelde zich daarnaast enige kleinschalige nijverheid.
De gunstige ligging op het knooppunt van land- en
waterwegen (Hoendiep, Aduarderdiep, Peizerdiep) en de
aanwezigheid van de spoorlijn en een station bij Vierverlaten vormden de belangrijkste factoren bij de
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende
eeuw. De suikerindustrie (CSM), de strokartonindustrie (De
Halm) en de teerindustrie (Smid en Hollander) waren en
zijn (beeld)bepalend in de ontwikkeling van Hoogkerk.
In 1850 telde de gemeente Hoogkerk zo'n 1000 inwoners, die
hoofdzakelijk in de landbouw werkzaam waren. In 1947 was
dit aantal gegroeid tot ruim 4500, van wie 858 werkzaam
waren in de industrie, dat wil zeggen 47% van de beroepsbevolking. Van de ruim 8000 inwoners van het dorp Hoogkerk
in 1988 waren meer dan 2000 werkzaam in de industrie,
bijna 60% van de beroepsbevolking

..............................
De vroegste ontwikkeling van Hoogkerk vond plaats op een
zuidoost-noordwest lopende zandrug, die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Op de vlakke delen hiervan en de lager
gelegen delen treft men klei en klei op veen aan.
In de middeleeuwen was er geen sprake van een landelijke
of plaatselijke overheid. Er was geen landsheer, graaf of
hertog zoals de gewesten in het zuiden van het land die
hadden. Het enige gezag werd in feite gevormd door de
kerk, die territoriaal was opgedeeld in parochies of
kerspelen.
Er waren slechts twee zaken die gemeenschappelijk
behartigd werden. De rechtspraak werd door de boeren zelf
gedaan, de beheersing van zee- en binnenwateren was in
handen van het klooster te Aduard, dat al in 1192 werd
gesticht. Veel cultuur-technische werken (waterwegen,
dijken, etc.) werden op initiatief van dit klooster
uitgevoerd.
Tot circa 1700 was er regelmatig sprake van overstromingen. Dit werd zowel veroorzaakt door het Reitdiep,
dat in open verbinding stond met de zee, als door de
afwatering van de hoge Drentse gronden via het Peizerdiep
en het Eelderdiep.
Het Eelderdiep, dat oorspronkelijk door Hoogkerk richting
Reitdiep stroomde, werd verbonden met het Peizerdiep.
Samen vormen deze het huidige Koningsdiep.
Oorspronkelijk had het Peizerdiep drie uitmondingen. Eén
hiervan werd rond 1400 door Aduarder monniken verbreed en
gekanaliseerd.
Hierdoor ontstond het Aduarderdiep.
De voornaamste wegen waren de weg van Groningen naar
Friesland langs het huidige Hoendiep en de huidige
Kerkstraat en Zuiderweg. Op het kruispunt hiervan vond ook
de eerste bebouwing van het dorp Hoogkerk plaats. Deze had
het karakter van een lintbebouwing, die zich voornamelijk
in noordelijke en oostelijke richting uitstrekte.
Iets naar het noorden liep een tweede oost-west verbinding, de Leegeweg en de weg vanaf de Kerklaan in
westelijke richting. Aan deze laatste lag een tweede
dorpje, Leegkerk. Iets ten westen van deze nederzetting
liep in noordoostelijke richting de Zijlvesterweg naar een
derde kern, Dorkwerd. Langs deze onverharde wegen en langs
het Aduarderdiep bevonden zich verspreide boerderijen.
Rond 1576 was ten behoeve van militaire doeleinden een
vaarweg van Groningen naar Friesland gegraven. Grote

gegraven Hoendiep, dat in de zeventiende eeuw in fasen tot
stand kwam. Omdat dit kanaal de wateren van verschillende
zijlvesten (waterschappen) kruiste, dienden meerdere
verlaten (sluizen) gebouwd te worden, teneinde de
verschillende waterhuishoudingen gescheiden te houden.
Op de plek waar het Koningsdiep uitmondt in het Hoendiep
werd het Pannekoeksverlaat gebouwd en aan het begin van
het Aduarderdiep het Kinderverlaat. Beide bestonden uit
twee sluizen of verlaten. Het buurtschap dat op deze plek
ontstond, kreeg dan ook de toepasselijke naam Vierverlaten.
Behalve voor de scheepvaart was het Hoendiep ook van groot
belang voor de afwatering van de lage landen rond
Hoogkerk. In 1659 werd langs het kanaal een trekweg
aangelegd van puin.
In 1789 werd de gemeente Aduard gevormd, die bestond uit
Aduard zelf, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. Hiermee kwam
formeel een eind aan het oude, typisch noord-Nederlandse
stelsel van grietenijen, waarin de grietman de centrale
figuur was. Oorspronkelijk was deze alleen belast met de
rechtspraak, maar in de loop van de tijd was het ambt meer
omvattend geworden.
In 1811 werd door de Fransen de gemeentelijke indeling
gewijzigd en werd de gemeente Hoogkerk gevo

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen
Halverwege de negentiende eeuw was de gemeente Hoogkerk
een typische plattelandsgemeente. Het dorp Hoogkerk was
ontstaan op een zandrug. Leegkerk en Dorkwerd waren
terpdorpen in een lager gelegen kleigebied dat werd
drooggehouden met behulp van molens. Een kadastrale kaart
uit 1821 laat een blokverkaveling zien.
Het gebied werd doorsneden door een uitgebreid stelsel van
waterwegen. De verbindingen over land waren voornamelijk
onverharde 'kleiwegen'. De trekweg langs het Hoendiep was
al langer verhard met puin en in 1842 was de Rijksstraatweg van Groningen naar Friesland aangelegd, met een
wegdek van klinkers.
Rond 1850 telde het dorp Hoogkerk zo'n 400 inwoners,
Leegkerk en Dorkwerd elk ongeveer 300. Bijna allemaal
vonden zij hun bestaan in de landbouw. Het waren voornamelijk 'koemelkers': veehouders die zelf de melk van hun
(geringe aantal) koeien verhandelden, met name in de stad
Groningen.
Grotendeels ten zuiden van het Hoendiep bevond zich
ongeveer 350 hectare bouwland, waarop haver, bonen, gerst,
rogge, tarwe, koolzaad, erwten en aardappelen werden
verbouwd.
Mede door de aanleg van de verschillende infrastructurele
werken in de voorafgaande periode was enige kleinschalige
bedrijvigheid ontstaan. Rond 1850 was er sprake van twee
kalkovens, een pel- en roggemolen, twee smederijen en een
zeepziederij. Deze laatste was gelegen achter de aloude
"Elmersmaborg", in het centrum van het dorp aan d

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen

Vinkhuizen vormt samen met Paddepoel en Selwerd het stadsdeel noordwestelijk van de
Hondsrug, een hoge zandrug/uitloper van het Pleistocene Drents Plateau. De Hondsrug
werd aan de oostzijde geflankeerd door het stroomgebied van de Hunze en aan de westzijde
door het stroomgebied van de Drentse Aa. Door een laagte, de zgn. "Koningslaagte",
gelegen ten noorden van de Hondsrug stroomde de Hunze bij Harssensbos samen met de
bovenloop van de Drentse Aa. Deze rivier is waarschijnlijk in de 13e eeuw westwaarts
verlegd, heet nu het Reitdiep en mondde uit in de Lauwerszee bij Zoutkamp. Het stadsdeel
vormt naast een kruispunt van land- en waterwegen, ook het overgangsgebied tussen
zuidelijke veen- en noordelijke kleigebieden.
Na de laatste ijstijd, vanaf ca 12.000 jaar geleden steeg de zeewaterspiegel door het
afsmelten van o.a. de poolkappen. De dalen van de Hunze en de Drentse Aa werden
sindsdien opgevuld door veen- en kleipakketten. In tijden van verminderde
zeespiegelstijging werd het kleilandschap gekoloniseerd, voor het eerst rond 500 v. Chr.
Een tweede kolonisatie vond plaats rond 200 v. Chr. In eerste instantie werd gewoond op de
hoger gelegen oeverwallen van kleinere geulen, later werden deze woonplaatsen verhoogd
en ontstonden wierden.
In de 4e eeuw na Chr. werden vele van deze wierden verlaten als gevolg van een
hernieuwde zeespiegelstijging en ze raakten overslibd. Sindsdien ontstond in het zuidelijk
deel van het gebied veen, dat vanaf de 11e eeuw werd ontgonnen. De kleine veenterpjes die
daarop gelegen waren spoelden rond 1200 weg. Er werd een nieuw kleipakket afgezet, de
zogenaamde knipklei, waarna het gebied opnieuw werd ontgonnen, ditmaal vanaf wierden,
gelegen o.a. langs het riviertje de Hunsinge, ongeveer de huidige Zijlvesterweg. Uit die tijd
dateert de eerste verkaveling in een zogenaamd mozaïekpatroon, in de Late Middeleeuwen
wordt een meer langgerekt verkavelingspatroon toegepast bij het ontginnen van de lagere
delen. Dat zijn de polders als "De Jonge Held, De Oude Held" en "Westerstadshamrik".
De wijk Vinkhuizen is vernoemd naar een gehucht, westelijk van de gemeentegrens (1968)
gelegen. Dit gehucht bestond uit vier boerderijplaatsen met circa 40 inwoners. Twee van
deze boerderijen, in de 18e eeuw in het bezit van de bekende stad-Groningse doopsgezinde
familie Trip, stonden bekend als "het Grote Vinkhuis" (gesloopt in 1941) en "het kleine
Vinkhuis". Van deze boerderijplaatsen is er nog één over, gelegen aan de Diamantlaan
tussen Pyrietstraat en Boraxstraat, die bij de aanleg van de wijk in de periode 1963-1971
gespaard bleef en werd aangewezen als rijksmonument.
De aanzienlijke boerenplaats, Hoitum of Hoitumheerd, lag in het midden van de vorige
eeuw nabij de huidige Diamantlaan, tussen Kornalijnlaan en Barnsteenstraat. Op deze plaats
moet reeds in de 14e eeuw een stenen huis hebben gestaan. Tijdens het u
..................
Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e
en 11e
eeuw bezitten de kloosters van Fulda en Werden (uit Duitsland) grote landgoederen in
o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met
in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

= = = =
Oorspronkelijk vormde het met de dorpen
Leegkerk en Dorkwerd en de buurtschappen Kostverloren en
Vinkhuizen een zelfstandige gemeente. Deze
werd in het noorden en westen begrensd door de gemeente
Aduard, in het oosten door de gemeenten Adorp, Noorddijk
en Groningen en in het zuiden door de provincie Drente. De
oppervlakte bedroeg 2075 hectare.
In 1969 verloor de gemeente Hoogkerk haar zelfstandigheid
en werd haar grondgebied bij dat van de gemeente Groningen
gevoegd.
Hoogkerk is gelegen op een zandrug die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Aan de iets hogere ligging dankt het dorp
ook zijn naam. Omstreeks 1200 werd een kerk gebouwd op de
plek van de huidige Hervormde kerk. De oudste bebouwing
stond langs het huidige Hoendiep en de haaks daarop
staande Kerklaan (nu Kerkstraat).
Veeteelt vormde de voornaamste bron van bestaan. Mede door
de ligging aan de handelsroute Groningen-Friesland
ontwikkelde zich daarnaast enige kleinschalige nijverheid.
De gunstige ligging op het knooppunt van land- en
waterwegen (Hoendiep, Aduarderdiep, Peizerdiep) en de
aanwezigheid van de spoorlijn en een station bij Vierverlaten vormden de belangrijkste factoren bij de
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende
eeuw. De suikerindustrie (CSM), de strokartonindustrie (De
Halm) en de teerindustrie (Smid en Hollander) waren en
zijn (beeld)bepalend in de ontwikkeling van Hoogkerk.
In 1850 telde de gemeente Hoogkerk zo'n 1000 inwoners, die
hoofdzakelijk in de landbouw werkzaam waren. In 1947 was
dit aantal gegroeid tot ruim 4500, van wie 858 werkzaam
waren in de industrie, dat wil zeggen 47% van de beroepsbevolking. Van de ruim 8000 inwoners van het dorp Hoogkerk
in 1988 waren meer dan 2000 werkzaam in de industrie,
bijna 60% van de beroepsbevolking

..............................
De vroegste ontwikkeling van Hoogkerk vond plaats op een
zuidoost-noordwest lopende zandrug, die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Op de vlakke delen hiervan en de lager
gelegen delen treft men klei en klei op veen aan.
In de middeleeuwen was er geen sprake van een landelijke
of plaatselijke overheid. Er was geen landsheer, graaf of
hertog zoals de gewesten in het zuiden van het land die
hadden. Het enige gezag werd in feite gevormd door de
kerk, die territoriaal was opgedeeld in parochies of
kerspelen.
Er waren slechts twee zaken die gemeenschappelijk
behartigd werden. De rechtspraak werd door de boeren zelf
gedaan, de beheersing van zee- en binnenwateren was in
handen van het klooster te Aduard, dat al in 1192 werd
gesticht. Veel cultuur-technische werken (waterwegen,
dijken, etc.) werden op initiatief van dit klooster
uitgevoerd.
Tot circa 1700 was er regelmatig sprake van overstromingen. Dit werd zowel veroorzaakt door het Reitdiep,
dat in open verbinding stond met de zee, als door de
afwatering van de hoge Drentse gronden via het Peizerdiep
en het Eelderdiep.
Het Eelderdiep, dat oorspronkelijk door Hoogkerk richting
Reitdiep stroomde, werd verbonden met het Peizerdiep.
Samen vormen deze het huidige Koningsdiep.
Oorspronkelijk had het Peizerdiep drie uitmondingen. Eén
hiervan werd rond 1400 door Aduarder monniken verbreed en
gekanaliseerd.
Hierdoor ontstond het Aduarderdiep.
De voornaamste wegen waren de weg van Groningen naar
Friesland langs het huidige Hoendiep en de huidige
Kerkstraat en Zuiderweg. Op het kruispunt hiervan vond ook
de eerste bebouwing van het dorp Hoogkerk plaats. Deze had
het karakter van een lintbebouwing, die zich voornamelijk
in noordelijke en oostelijke richting uitstrekte.
Iets naar het noorden liep een tweede oost-west verbinding, de Leegeweg en de weg vanaf de Kerklaan in
westelijke richting. Aan deze laatste lag een tweede
dorpje, Leegkerk. Iets ten westen van deze nederzetting
liep in noordoostelijke richting de Zijlvesterweg naar een
derde kern, Dorkwerd. Langs deze onverharde wegen en langs
het Aduarderdiep bevonden zich verspreide boerderijen.
Rond 1576 was ten behoeve van militaire doeleinden een
vaarweg van Groningen naar Friesland gegraven. Grote

gegraven Hoendiep, dat in de zeventiende eeuw in fasen tot
stand kwam. Omdat dit kanaal de wateren van verschillende
zijlvesten (waterschappen) kruiste, dienden meerdere
verlaten (sluizen) gebouwd te worden, teneinde de
verschillende waterhuishoudingen gescheiden te houden.
Op de plek waar het Koningsdiep uitmondt in het Hoendiep
werd het Pannekoeksverlaat gebouwd en aan het begin van
het Aduarderdiep het Kinderverlaat. Beide bestonden uit
twee sluizen of verlaten. Het buurtschap dat op deze plek
ontstond, kreeg dan ook de toepasselijke naam Vierverlaten.
Behalve voor de scheepvaart was het Hoendiep ook van groot
belang voor de afwatering van de lage landen rond
Hoogkerk. In 1659 werd langs het kanaal een trekweg
aangelegd van puin.
In 1789 werd de gemeente Aduard gevormd, die bestond uit
Aduard zelf, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. Hiermee kwam
formeel een eind aan het oude, typisch noord-Nederlandse
stelsel van grietenijen, waarin de grietman de centrale
figuur was. Oorspronkelijk was deze alleen belast met de
rechtspraak, maar in de loop van de tijd was het ambt meer
omvattend geworden.
In 1811 werd door de Fransen de gemeentelijke indeling
gewijzigd en werd de gemeente Hoogkerk gevo

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen
Halverwege de negentiende eeuw was de gemeente Hoogkerk
een typische plattelandsgemeente. Het dorp Hoogkerk was
ontstaan op een zandrug. Leegkerk en Dorkwerd waren
terpdorpen in een lager gelegen kleigebied dat werd
drooggehouden met behulp van molens. Een kadastrale kaart
uit 1821 laat een blokverkaveling zien.
Het gebied werd doorsneden door een uitgebreid stelsel van
waterwegen. De verbindingen over land waren voornamelijk
onverharde 'kleiwegen'. De trekweg langs het Hoendiep was
al langer verhard met puin en in 1842 was de Rijksstraatweg van Groningen naar Friesland aangelegd, met een
wegdek van klinkers.
Rond 1850 telde het dorp Hoogkerk zo'n 400 inwoners,
Leegkerk en Dorkwerd elk ongeveer 300. Bijna allemaal
vonden zij hun bestaan in de landbouw. Het waren voornamelijk 'koemelkers': veehouders die zelf de melk van hun
(geringe aantal) koeien verhandelden, met name in de stad
Groningen.
Grotendeels ten zuiden van het Hoendiep bevond zich
ongeveer 350 hectare bouwland, waarop haver, bonen, gerst,
rogge, tarwe, koolzaad, erwten en aardappelen werden
verbouwd.
Mede door de aanleg van de verschillende infrastructurele
werken in de voorafgaande periode was enige kleinschalige
bedrijvigheid ontstaan. Rond 1850 was er sprake van twee
kalkovens, een pel- en roggemolen, twee smederijen en een
zeepziederij. Deze laatste was gelegen achter de aloude
"Elmersmaborg", in het centrum van het dorp aan d

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

194-Geschiedenis van het Hoogkerk, De Held, Vinkhuizen

Vinkhuizen vormt samen met Paddepoel en Selwerd het stadsdeel noordwestelijk van de
Hondsrug, een hoge zandrug/uitloper van het Pleistocene Drents Plateau. De Hondsrug
werd aan de oostzijde geflankeerd door het stroomgebied van de Hunze en aan de westzijde
door het stroomgebied van de Drentse Aa. Door een laagte, de zgn. "Koningslaagte",
gelegen ten noorden van de Hondsrug stroomde de Hunze bij Harssensbos samen met de
bovenloop van de Drentse Aa. Deze rivier is waarschijnlijk in de 13e eeuw westwaarts
verlegd, heet nu het Reitdiep en mondde uit in de Lauwerszee bij Zoutkamp. Het stadsdeel
vormt naast een kruispunt van land- en waterwegen, ook het overgangsgebied tussen
zuidelijke veen- en noordelijke kleigebieden.
Na de laatste ijstijd, vanaf ca 12.000 jaar geleden steeg de zeewaterspiegel door het
afsmelten van o.a. de poolkappen. De dalen van de Hunze en de Drentse Aa werden
sindsdien opgevuld door veen- en kleipakketten. In tijden van verminderde
zeespiegelstijging werd het kleilandschap gekoloniseerd, voor het eerst rond 500 v. Chr.
Een tweede kolonisatie vond plaats rond 200 v. Chr. In eerste instantie werd gewoond op de
hoger gelegen oeverwallen van kleinere geulen, later werden deze woonplaatsen verhoogd
en ontstonden wierden.
In de 4e eeuw na Chr. werden vele van deze wierden verlaten als gevolg van een
hernieuwde zeespiegelstijging en ze raakten overslibd. Sindsdien ontstond in het zuidelijk
deel van het gebied veen, dat vanaf de 11e eeuw werd ontgonnen. De kleine veenterpjes die
daarop gelegen waren spoelden rond 1200 weg. Er werd een nieuw kleipakket afgezet, de
zogenaamde knipklei, waarna het gebied opnieuw werd ontgonnen, ditmaal vanaf wierden,
gelegen o.a. langs het riviertje de Hunsinge, ongeveer de huidige Zijlvesterweg. Uit die tijd
dateert de eerste verkaveling in een zogenaamd mozaïekpatroon, in de Late Middeleeuwen
wordt een meer langgerekt verkavelingspatroon toegepast bij het ontginnen van de lagere
delen. Dat zijn de polders als "De Jonge Held, De Oude Held" en "Westerstadshamrik".
De wijk Vinkhuizen is vernoemd naar een gehucht, westelijk van de gemeentegrens (1968)
gelegen. Dit gehucht bestond uit vier boerderijplaatsen met circa 40 inwoners. Twee van
deze boerderijen, in de 18e eeuw in het bezit van de bekende stad-Groningse doopsgezinde
familie Trip, stonden bekend als "het Grote Vinkhuis" (gesloopt in 1941) en "het kleine
Vinkhuis". Van deze boerderijplaatsen is er nog één over, gelegen aan de Diamantlaan
tussen Pyrietstraat en Boraxstraat, die bij de aanleg van de wijk in de periode 1963-1971
gespaard bleef en werd aangewezen als rijksmonument.
De aanzienlijke boerenplaats, Hoitum of Hoitumheerd, lag in het midden van de vorige
eeuw nabij de huidige Diamantlaan, tussen Kornalijnlaan en Barnsteenstraat. Op deze plaats
moet reeds in de 14e eeuw een stenen huis hebben gestaan. Tijdens het u
..................
Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e
en 11e
eeuw bezitten de kloosters van Fulda en Werden (uit Duitsland) grote landgoederen in
o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met
in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

= = = =
Oorspronkelijk vormde het met de dorpen
Leegkerk en Dorkwerd en de buurtschappen Kostverloren en
Vinkhuizen een zelfstandige gemeente. Deze
werd in het noorden en westen begrensd door de gemeente
Aduard, in het oosten door de gemeenten Adorp, Noorddijk
en Groningen en in het zuiden door de provincie Drente. De
oppervlakte bedroeg 2075 hectare.
In 1969 verloor de gemeente Hoogkerk haar zelfstandigheid
en werd haar grondgebied bij dat van de gemeente Groningen
gevoegd.
Hoogkerk is gelegen op een zandrug die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Aan de iets hogere ligging dankt het dorp
ook zijn naam. Omstreeks 1200 werd een kerk gebouwd op de
plek van de huidige Hervormde kerk. De oudste bebouwing
stond langs het huidige Hoendiep en de haaks daarop
staande Kerklaan (nu Kerkstraat).
Veeteelt vormde de voornaamste bron van bestaan. Mede door
de ligging aan de handelsroute Groningen-Friesland
ontwikkelde zich daarnaast enige kleinschalige nijverheid.
De gunstige ligging op het knooppunt van land- en
waterwegen (Hoendiep, Aduarderdiep, Peizerdiep) en de
aanwezigheid van de spoorlijn en een station bij Vierverlaten vormden de belangrijkste factoren bij de
industriële ontwikkeling aan het einde van de negentiende
eeuw. De suikerindustrie (CSM), de strokartonindustrie (De
Halm) en de teerindustrie (Smid en Hollander) waren en
zijn (beeld)bepalend in de ontwikkeling van Hoogkerk.
In 1850 telde de gemeente Hoogkerk zo'n 1000 inwoners, die
hoofdzakelijk in de landbouw werkzaam waren. In 1947 was
dit aantal gegroeid tot ruim 4500, van wie 858 werkzaam
waren in de industrie, dat wil zeggen 47% van de beroepsbevolking. Van de ruim 8000 inwoners van het dorp Hoogkerk
in 1988 waren meer dan 2000 werkzaam in de industrie,
bijna 60% van de beroepsbevolking

..............................
De vroegste ontwikkeling van Hoogkerk vond plaats op een
zuidoost-noordwest lopende zandrug, die een uitloper vormt
van de Hondsrug. Op de vlakke delen hiervan en de lager
gelegen delen treft men klei en klei op veen aan.
In de middeleeuwen was er geen sprake van een landelijke
of plaatselijke overheid. Er was geen landsheer, graaf of
hertog zoals de gewesten in het zuiden van het land die
hadden. Het enige gezag werd in feite gevormd door de
kerk, die territoriaal was opgedeeld in parochies of
kerspelen.
Er waren slechts twee zaken die gemeenschappelijk
behartigd werden. De rechtspraak werd door de boeren zelf
gedaan, de beheersing van zee- en binnenwateren was in
handen van het klooster te Aduard, dat al in 1192 werd
gesticht. Veel cultuur-technische werken (waterwegen,
dijken, etc.) werden op initiatief van dit klooster
uitgevoerd.
Tot circa 1700 was er regelmatig sprake van overstromingen. Dit werd zowel veroorzaakt door het Reitdiep,
dat in open verbinding stond met de zee, als door de
afwatering van de hoge Drentse gronden via het Peizerdiep
en het Eelderdiep.
Het Eelderdiep, dat oorspronkelijk door Hoogkerk richting
Reitdiep stroomde, werd verbonden met het Peizerdiep.
Samen vormen deze het huidige Koningsdiep.
Oorspronkelijk had het Peizerdiep drie uitmondingen. Eén
hiervan werd rond 1400 door Aduarder monniken verbreed en
gekanaliseerd.
Hierdoor ontstond het Aduarderdiep.
De voornaamste wegen waren de weg van Groningen naar
Friesland langs het huidige Hoendiep en de huidige
Kerkstraat en Zuiderweg. Op het kruispunt hiervan vond ook
de eerste bebouwing van het dorp Hoogkerk plaats. Deze had
het karakter van een lintbebouwing, die zich voornamelijk
in noordelijke en oostelijke richting uitstrekte.
Iets naar het noorden liep een tweede oost-west verbinding, de Leegeweg en de weg vanaf de Kerklaan in
westelijke richting. Aan deze laatste lag een tweede
dorpje, Leegkerk. Iets ten westen van deze nederzetting
liep in noordoostelijke richting de Zijlvesterweg naar een
derde kern, Dorkwerd. Langs deze onverharde wegen en langs
het Aduarderdiep bevonden zich verspreide boerderijen.
Rond 1576 was ten behoeve van militaire doeleinden een
vaarweg van Groningen naar Friesland gegraven. Grote

gegraven Hoendiep, dat in de zeventiende eeuw in fasen tot
stand kwam. Omdat dit kanaal de wateren van verschillende
zijlvesten (waterschappen) kruiste, dienden meerdere
verlaten (sluizen) gebouwd te worden, teneinde de
verschillende waterhuishoudingen gescheiden te houden.
Op de plek waar het Koningsdiep uitmondt in het Hoendiep
werd het Pannekoeksverlaat gebouwd en aan het begin van
het Aduarderdiep het Kinderverlaat. Beide bestonden uit
twee sluizen of verlaten. Het buurtschap dat op deze plek
ontstond, kreeg dan ook de toepasselijke naam Vierverlaten.
Behalve voor de scheepvaart was het Hoendiep ook van groot
belang voor de afwatering van de lage landen rond
Hoogkerk. In 1659 werd langs het kanaal een trekweg
aangelegd van puin.
In 1789 werd de gemeente Aduard gevormd, die bestond uit
Aduard zelf, Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. Hiermee kwam
formeel een eind aan het oude, typisch noord-Nederlandse
stelsel van grietenijen, waarin de grietman de centrale
figuur was. Oorspronkelijk was deze alleen belast met de
rechtspraak, maar in de loop van de tijd was het ambt meer
omvattend geworden.
In 1811 werd door de Fransen de gemeentelijke indeling
gewijzigd en werd de gemeente Hoogkerk gevo

194-Geschiedenis van het Gebied Vinkhuizen
Halverwege de negentiende eeuw was de gemeente Hoogkerk
een typische plattelandsgemeente. Het dorp Hoogkerk was
ontstaan op een zandrug. Leegkerk en Dorkwerd waren
terpdorpen in een lager gelegen kleigebied dat werd
drooggehouden met behulp van molens. Een kadastrale kaart
uit 1821 laat een blokverkaveling zien.
Het gebied werd doorsneden door een uitgebreid stelsel van
waterwegen. De verbindingen over land waren voornamelijk
onverharde 'kleiwegen'. De trekweg langs het Hoendiep was
al langer verhard met puin en in 1842 was de Rijksstraatweg van Groningen naar Friesland aangelegd, met een
wegdek van klinkers.
Rond 1850 telde het dorp Hoogkerk zo'n 400 inwoners,
Leegkerk en Dorkwerd elk ongeveer 300. Bijna allemaal
vonden zij hun bestaan in de landbouw. Het waren voornamelijk 'koemelkers': veehouders die zelf de melk van hun
(geringe aantal) koeien verhandelden, met name in de stad
Groningen.
Grotendeels ten zuiden van het Hoendiep bevond zich
ongeveer 350 hectare bouwland, waarop haver, bonen, gerst,
rogge, tarwe, koolzaad, erwten en aardappelen werden
verbouwd.
Mede door de aanleg van de verschillende infrastructurele
werken in de voorafgaande periode was enige kleinschalige
bedrijvigheid ontstaan. Rond 1850 was er sprake van twee
kalkovens, een pel- en roggemolen, twee smederijen en een
zeepziederij. Deze laatste was gelegen achter de aloude
"Elmersmaborg", in het centrum van het dorp aan d

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

193-Starten met de Live Atlas, Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas

Starten met LiveAtlas

Tellingen voor LiveAtlas kun je het beste in de app Avimap invoeren. Maar het kan ook via het online portaal. Op deze pagina leggen we beknopt uit hoe je snel van start kunt. Wees gerust, een telling invoeren is na een goede start een fluitje van een cent. Ben je nog niet aangesloten als teller bij Sovon? Dan begin je in elk geval met de eerste stap.

Registreer je bij Sovon

Om als waarnemer gegevens in te voeren en te zien bij Sovon, dien je geregistreerd te zijn. Dat regel je in twee minuten via de registratiepagina

Ben je al voor andere projecten van Sovon actief, dan kun je na inloggen meteen meedoen met LiveAtlas.

Wat is de bedoeling?

In de handleiding lees je wat je precies kunt doen om een volledige lijst bij te houden en in te voeren voor LiveAtlas.

Lijsten invoeren op de website

Een lijstje van een wandeling bijgehouden? Je kunt deze envoudig achteraf invoeren via het online invoerportaal.

Avimap om in het veld in te invoeren

Je lijstjes in het veld meteen invoeren? Dat kan met de app Avimap, die beschikbaar is voor Android en Apple. In de app selecteer je het project via Selecteer plot. Bekijk voordat je op pad gaat de handleiding over hoe je telt voor LiveAtlas. 

Je downloadt de laatste versie van de app op het toestel waar je het veld mee in gaat. Klik op de button om te downloaden:

 

Heb je de app? Update deze dan regelmatig om de nieuwste versie van LiveAtlas te gebruiken. Dit kan in de Playstore handmatig of door de instelling Automatisch updaten te gebruiken.

Links, references

  1. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  2. https://www.vlinderstichting.nl/butterfly-conservation-europe/blog/easy-to-use-app-provides-boost-for-european-butterfly-enthusiasts/
  3. For Apple devices (iPhones, iPads) - https://apps.apple.com/ie/app/ebms/id1461711373
  4. For Android devices - https://play.google.com/store/apps/details?id=uk.ac.ceh.ebms&hl=en_GB
  5. https://www.sovon.nl/nl/liveatlas
  6. https://www.sovon.nl/nl/publicaties/presentatie-liveatlas
  7. https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/ervaringen-met-de-liveatlas
  8. https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/PDF-jes/presentatie_liveatlas_mei2019_handout.pdf
  9. 193-Starten met de Live Atlas
  10. Houd als vuistregel aan dat lijstjes tussen een kwartier en anderhalf uur het beste bruikbaar zijn. Het is niet nodig om precies binnen de begrenzing van één kilometerhok te blijven.We koppelen elk lijstje op basis van het zwaartepunt van de waarnemingen aan één km-hok. Wil je een route maken die meerdere uren duurt en verschillende km-hokken doorkruist, dan is het beter om je route op te delen in verschillende lijstjes.
    28 mei 2020 Online workshop LiveAtlas

    28 mei 2020 Online workshop LiveAtlas
    In deze workshop krijg je uitleg over vogeltellingen voor LiveAtlas. Hoe kun je heel laagdrempelig en uitdagend vogels tellen voor de wetenschap? Voor zowel actieve deelnemers aan het project als nieuwsgierigen die willen beginnen is dit een interessante workshop. Met veel ruimte voor vragen (live chatbox) over de techniek, methodiek en hoe je in het veld telt.
    http://www.liveatlas.nl

  11. Libellen tellen met LiveAtlas
    In deze instructievideo legt Gerdien Bos van de Vlinderstichting uit hoe je libellen kunt tellen als je een lijstje invult voor het project LiveAtlas (https://www.liveatlas.nl). Als je vogels telt voor dit project kun je
    ook de libellen die je tegenkomt bijhouden, of een apart lijstje met alleen libellen (en/of dagvlinders) invullen. Meer uitleg: https://www.sovon.nl/nl/content/andere-soortgroepen-tellen-liveatlas

  12. Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas


    Het is ook mogelijk om je vogeltellingen te combineren met lijstjes van andere soortgroepen. Of bijvoorbeeld alleen dagvlinders en libellen te tellen. Deze gegevens worden verwerkt en gebruikt door De Vlinderstichting.

    In LiveAtlas kunnen ook zoogdieren, dagvlinders en libellen geteld worden. De invoer werkt in principe hetzelfde als bij vogels: houd een compleet lijstje bij langs je route. Bij deze soortgroepen voer je alleen geen overvliegend in en gebruik je de broedcodes niet.

    Kies zelf de soortgroep(en) die je telt
    Aan het begin van elke telling kun je aangeven welke soortgroep(en) je gaat tellen. De app geeft automatisch de keuze van je vorige telling weer.

    Tijdens de telling kun je alleen de soorten van de gekozen soortgroep(en) kiezen en invoeren.
    Wil je halverwege een telling toch een soortgroep toevoegen, dan kan dat via het menu rechtsboven en de knop [ Soortgroepen actief ]
    Geef aan het einde van de telling aan welke soortgroepen je langs de hele route compleet hebt bijgehouden.
    Anders kijken
    Voor iemand die gewend is om naar vogels te zoeken, is het kijken naar dagvlinders en libellen net even anders. Voor deze insecten moet je dichterbij kijken en meestal ook een stuk lager dan je voor vogels gewend bent. Als je kiest voor vlinders en/of libellen, wees je er dan dus van bewust dat je je zoekstrategie aanpast. Het is de bedoeling dat je alle aanwezige individuen op naam brengt. Zeker de eerste paar keren zal dat even wennen zijn. Heb je een soort echt niet herkend omdat hij veel te snel voorbij vloog? Vul dan eventueel de verzamelsoort in (bijv. glazenmaker onbekend).

193-Starten met de Live Atlas, Andere soortgroepen tellen in LiveAtlas

Ingresado el 06 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

02 de julio de 2021

190-a Drielanden helofytenfilters Waterslag 3

Geschiedenis DeHeld3 Watergebied

Het gebied waarvan De Held III deel uitmaakt, kent een lange geschiedenis. Aan de noordrand van
het gebied bevinden zich archeologische sporen uit het begin van de jaartelling. Delen van het
ontwikkelingsgebied zullen ook in die tijd zijn gebruikt, maar de sporen daarvan ontbreken
vooralsnog en zijn ook niet aangetroffen in het verkennend archeologisch booronderzoek uit 2002
(CBB, Rapport integraal onderzoek De Held 3 te Groningen, januari 2002).
In de 10e en 11e eeuw bezitten de

kloosters van Fulda en Werden

(uit Duitsland) grote landgoederen in o.a. de huidige provincie Groningen. Werden heeft diverse bezittingen verkregen in de omgeving, o.a.
ten westen van Groningen, in het huidige gebied van De Helden. In de verpachtingregisters wordt
deze streek omschreven als Lieuwerderwolde. Het gebied is in die tijd een moerassig veengebied, met

in het noorden invloed van zout water en in het zuiden (omgeving Peizerweg) levend hoogveen. Deze
typering van het milieu komt voort uit een analyse van de overblijfselen van mijten uit enkele
grondmonsters uit 11e
eeuwse waterputten, die in het gebied in 1995 zijn opgegraven.
Kort voor 1200 moet de streek zijn getroffen door een (of meer) zware overstroming(en). Oorzaak is
waarschijnlijk het afgraven, verbranden en ontwateren van het veen. Veen heeft de neiging in te
krimpen en te oxideren, zodat het maaiveld zakt. Deze milieuramp werkte een natuurramp in de hand:
het veen met de bewoningsplaatsen daarop wordt weggeslagen.
Rond 1200 worden op de inmiddels afgezette kleilaag nieuwe woonkernen gesticht (Hoog- en
Leegkerk; Zuid- en Noordlieuwerderwolde). Vanuit de oorspronkelijke loop van de Hunsinge wordt
het gebied van De Helden ingepolderd, later in de middeleeuwen ook vanuit een aantal gegraven
maren (sloten).
Van de structuur uit de 11e
eeuw resteert in het gebied niets; deze is weggespoeld, op een aantal
teruggevonden dichtgeslibde geulen na.
De bodemkundige kaart van de omgeving van Groningen laat zien dat Hoogkerk is gelegen op een
smalle zandrug. Deze rug ligt parallel aan de Hondsrug, waarop Groningen is gelegen. Ten westen
van de rug ligt het dal van de Hunsinge, zoals de oorspronkelijke voortzetting van het huidige
Peizerdiepje in de middeleeuwen werd genoemd.
Het dal tussen Hoogkerk en de Hondsrug is dat van de Drentse A en oorspronkelijk ook van het
Eelderdiep. Het dal is opgevuld met kleiafzettingen in het noorden en veen in het zuiden. In het
gebied worden de afzettingen die aan of dichtbij het oppervlak liggen omschreven als kleigronden
waarin zich in meer of mindere mate veen of veenresten bevinden. Van zuid naar noord is sprake van
een afname in het voorkomen van veen en een toename van kleiafzettingen. In de omgeving van
Leegkerk, op een diepte van circa 1 meter onder NAP bevindt zich kleiig veen, dat overgaat in een
zogenaamde vegetatiehorizont of -niveau. Dit is een niveau waarop zich in het verleden, gedurende
langere tijd vegetatie heeft ontwikkeld. Later is zo'n 'laagje' overspoeld geraakt met klei. Het wordt
gezien als een fase van stilstand in de afzetting van klei vanuit de omgeving van de Waddenzee. Dit
vegetatieniveau dateert van rond 500 voor Christus. Hierop bevindt zich een aantal kleiafzettingen en
lokaal nog een tussen kleilagen gelegen tweede vegetatiehorizont uit circa 285 na Christus. De
zandige kleilagen bijna op maaiveldhoogte zijn veel minder oud.

Het plangebied wordt op dit moment vrijwel geheel gebruikt als
landbouwgebied. Het gebied is verdeeld in kleinschalig verkavelde
graslandpercelen. De huidige verkaveling is al terug te vinden op
negentiende eeuwse minuutkaarten. In de kleinschalige maar open
inrichting is het traditionele open wierdenlandschap nog goed
herkenbaar. Het gebied manifesteert zich als landelijk 'relict' in een zich
steeds verder verstedelijkende omgeving. De recente stedelijke
bebouwing grenst soms met voor-, soms met achterkanten aan het
gebied De Held III. Langzaam verkeersroutes, waterlopen en
groenzones worden hier en daar afgebroken daar waar het plangebied
begint. Het vinden van een goede inbedding in en aansluiting op
omliggend stedelijk weefsel is een belangrijke opgave voor De Held III.
Prominent binnen het plangebied ligt de Leegeweg die als historische weg
(middeleeuws) het gebied in oos

ol>


  • https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Bijlage-GWRP-2020-2024-1.pdf

  • https://www.yumpu.com/nl/document/view/52055801/groninger-water-en-rioleringsplan-gemeente-groningen

  • https://www.yumpu.com/nl/document/view/18590899/toelichting-en-voorschriften-de-held-iii-gemeente-groningen

  • https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-/NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-/t_NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-.pdf

  • https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?coll=dts&identifier=MMUBA13%3A001654001%3A00483

  • https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-vo01/t_NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-vo01_3.3.html

  • https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Bijlage-GWRP-2020-2024-1.pdf
  • De ruggengraat van De Held III is een centrale ader die van zuid naar noord door het gehele
    plangebied slingert. Deze ader wordt gevormd door een robuuste hoofdontsluitingsweg die wordt
    begeleid door water en een robuuste groenzone. Deze waterloop maakt deel uit van een waternetwerk
    dat vanuit het zuiden richting het Reitdiep loopt en dat een hoger peil voert dan de omgeving (het
    zogenaamde Drentse peil)
    In 1969 is tussen de suikerfabriek in Hoogkerk en de Waddenzee een vuilwaterpersleiding aangelegd
    (de zogenaamde HOWA leiding). Via de HOWA leiding worden jaarlijks enkele miljoenen kubieke
    meters biologisch gezuiverd afvalwater van de suikerfabriek in Hoogkerk en van een zuivelbedrijf in
    Bedum afgevoerd naar, voor de eerste, een lozingspunt in het Reitdiep bij Garnwerd en voor het
    tweede bedrijf een lozingspunt in de Waddenzee. Deze leiding loopt deels door het plangebied.
    Ten behoeve van beheer en onderhoud aan deze leiding moet een zone worden vrijgehouden van
    bebouwing en opgaande (diepwortelende) beplanting

    Ter plaatse van de wijk Gravenburg bedraagt het streefpeil NAP -1.20m (zowel zomer- als winterpeil). Het peil is hoger dan het peil ten westen (NAP -1,40m) om een scheiding te handhaven tussen landbouwwater en wijkwater. Voor Gravenburg is een circulatieplan opgesteld, de watergangen zijn afgesloten door stuwen en met elkaar verbonden door duikers. Het water zal op deze wijze door de wijk heen circuleren.

    De verschillende peilgebieden en leggergegevens zijn weergegeven in onderstaande figuur. Deze figuur is tot stand gekomen in overleg met Waterschap Noorderzijlvest.

    afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-vo01_0017.jpg"

    Het water van het omgelegde Eelderdiepje, ten zuiden van Hoogkerk zal in de toekomst gebruikt gaan worden voor de aanvoer van schoon water naar de woonwijk Reitdiep. Om dit te bewerkstelligen is tot aan de zuivering in Hoogkerk een open waterverbinding aanwezig.

    Vanaf de zuivering moet vervolgens het Hoendiep gekruist worden, deze kruising en verdere afvoer naar het noorden zal plaats vinden via een oude transportleiding. Deze transportleiding is momenteel buiten gebruik, van oudsher vormde deze transportleiding de verbinding tussen de rioolwaterzuivering en de zee.

    Waterberging

    Voor het gebied van bestemmingsplan Hoogkerk - Gravenburg is gekeken in hoeverre de waterstructuur voldoende waterberging biedt. In het gebied Hoogkerk Noord is voldoende oppervlaktewater aanwezig om het neerslagoverschot dat tijdens het klimaatscenario optreedt te kunnen bergen en risico`s op wateroverlast te beperken. De berekende maximale waterstandstijging bedraagt 45 cm.

    In het gebied Hoogkerk Centrum is niet voldoende oppervlaktewater aanwezig, het gehele gebied is aangemerkt als risicovol in geval van een klimaatscenario.

    Het watersysteem van Gravenburg maakt deel uit van het watersysteem van de westrand. In dit gebied is ruim voldoende water aanwezig. Er is derhalve ook geen risico op wateroverlast.

    Omgevingsaspecten

    In Hoogkerk Centrum is een rioolwaterzuivering gesitueerd. Deze zuivering wordt volgens planning ontmanteld in 2012-2013. Ter plaatse van de zuivering zal een gemaal worden gebouwd die zorgt voor het transport van het afvalwater na het opheffen van de zuivering. De persleiding vanaf dit nieuwe gemaal maakt onderdeel uit van het project Waterslag 2.

    Na renovatie van gemaal Garmerwolde in 2011 is deze rioolwaterzuivering in staat het afvalwater van de zuivering in Hoogkerk te verwerken. De verdere inrichting van het terrein na ontmanteling van de zuivering is nog niet bekend.

    Waterberging
    https://www.npostart.nl/NCRV_1250035
    Bij nieuwbouw en eventuele inbreiding van het plangebied moet rekening gehouden worden met de gevolgen van een toename van verhard en bebouwd oppervlak. Door deze verdere verstedelijking komt regenwater sneller tot afstroming. Voor het bestaande watersysteem betekent deze toename een extra belasting en moet meer water worden geborgen. Hiervoor wordt door de waterschappen een compensatie in de vorm van oppervlaktewater vereist. Als vuistregel wordt een compensatie van 10% van de toename van het verharde en / of bebouwde oppervlak in de vorm van oppervlaktewater geëist. Binnen het plan moet hier ruimte voor gereserveerd worden. Indien watergangen gedempt worden door nieuwe ontwikkelingen moet dit gecompenseerd worden door de aanleg van nieuwe watergangen/partijen.

    187-a Drielanden helofytenfilters Waterslag 3

    natuurserie over puur natuur op onverwachte plekken. Klaas van Nierop probeert de oorspronkelijke plantensoorten weer terug de stad in te krijgen. Peter Bulk maakt een boottocht door de singelgrachten. Lees meer
    https://www.npostart.nl/NCRV_1250035

    helofytenfilters?” Jan: “ Dat heeft te maken met het beoogde ecologische karakter van de wijk, waarbij er principes zijn dat je bijvoorbeeld je eigen energie opwekt, je eigen afvalwater zuivert en je eigen voedsel produceert. Uit ervaring wist men dat helofytenfilters geschikt zijn om er afvalwater mee te zuiveren. In Drielanden is in eerste instantie gekozen voor vloeivelden, deze zijn vooral geschikt om grijs afvalwater (al het huisafvalwater behalve uit de wc) mee schoon te maken.

    Zwart waterzuivering (uit de wc) was toen nog niet aan de orde, omdat daar een gezondheidsrisico bij zit door de aanwezigheid van de E. Coli-bacterie.

    Een tweede reden is, dat men hoopte dat als je terplekke in de wijk je eigen afvalwater zou zuiveren, de bewoners zich meer bewust zouden worden van wat ze allemaal door de gootsteen spoelen, een psychologisch effect dus.”

    Maar er is nog een derde reden, die meer economisch gedreven was.

    Jan: “ Over enige tijd zijn veel persleidingen naar de waterzuiveringsinstallatie in Garmerwolde afgeschreven. De vervanging daarvan gaat ontzettend veel geld kosten en het gebruik van lokale afvalwaterzuivering kan dan een enorme besparing opleveren, met name in de afgelegen kleine dorpen. Daarbij kost het gebruik van lange persleidingen veel energie.’

    Jan: ‘In Drielanden werkt het helofytenfiltersysteem nu al ruim 25 jaar. Genoeg bewijs dat de grijze afvalwaterzuivering goed werkt.’

    Tenslotte heeft het rietfilter ook nog natuurwaarde: er broeden vogels!”

    Dat kan ik beamen. Vanuit mijn bovenraam heb ik begin mei de eerste meerkoetjes al weer zien zwemmen vanuit het – o.a. – met riet gemaakte nest van moeder en vader meerkoet.

    Omdat er in onze nieuwsbrief voornamelijk geschreven wordt over de natuur en ecologie in onze wijk en maar weinig over het milieu hebben we Jan van Dijk gevraagd iets te schrijven over de helofytenfilters die langs de noordkant van Drielanden liggen.

    Jan van Dijk is milieukundige op het gebied van waterbeheer en afvalwaterzuivering en woont in Waterland vanaf het begin, 1995 dus. Drielanden is opgezet als een ecologische wijk en daarbij hoorde ook een bijzonder rioolstelsel met gescheiden afvoer van afvalwater en een afvalwaterzuivering met behulp van helofyten (moerasplanten).

    Jan heeft zich hier van meet af aan mee bezig gehouden en onderhoudt tot op de dag van vandaag het contact met de gemeente hierover, met name over de helofytenfilters.

    twee vloeivelden achter Waterland en Mooiland

    De helofytenfilters, aanvankelijk twee vloeivelden achter Waterland en Mooiland, zijn aangelegd om het grijze afvalwater (water uit keuken, badkamer en wasmachine) van 110 woningen in Waterland te zuiveren. Hiertoe worden in Waterland het grijze water, het zwarte water (wc spoeling) en het regenwater apart afgevoerd. Grijs gaat naar de filters, zwart naar de afvalwaterzuivering in Garmerwolde en regenwater naar het wijkoppervlaktewater.

    2013-2015 zandfiler, infiltratieveld & bezinktank
    Afvalwateronderzoeksproject 2013-2015

    In 2013 is het systeem ten behoeve van een onderzoek naar de verwijdering van medicijnresten uit zwart afvalwater uitgebreid met twee onderdelen. Ten eerste een infiltratieveld (ook wel zandfilter of verticaal helofytenfilter genoemd). Dit ligt achter Waterland bij het Dwarsdijkje. Ten tweede een voorbezinktank (de “septic terp”) vooraan bij de parkeerplaatsen. De verwijdering van medicijnresten ging bijzonder goed, maar met name de voorbezinkput bleek te klein om ál het zwarte afvalwater uit Waterland te kunnen zuiveren. Momenteel wordt er alleen weer grijs afvalwater naar de filters afgevoerd. Het gezuiverde water, zo’n 25 m3/dag, wordt uiteindelijk geloosd op het wijkoppervlaktewater voorbij Mooiland en is van zwemwaterkwaliteit!

    Het oppervlaktewater in de wijk is een gesloten systeem. Er is normaal geen verbinding met het omringende water. Alleen bij teveel water wordt dit via een stuw afgevoerd naar de sloot langs het populierenpad. Bij te weinig water kan er water via een klep ingelaten worden. Het wijkoppervlaktewater wordt onder normale omstandigheden alleen gevoed door regenwater en het water uit de helofytenfilters.

    Misschien is het je opgevallen, dat het waterpeil in de wijk door de droogte en de hitte tijdens de laatste zomers erg laag was, ondanks dat het peil van het omringende water door het Waterschap verhoogd was. Dit is uiteraard zeer nadelig voor de ecologie in het wijkwater. Wat bleek? De waterinlaatklep in de stuw functioneerde niet meer. Dit euvel is verholpen en het onderhoud van de klep zal vanaf nu samen met het onderhoud van gemalen en putten jaarlijks plaatsvinden.

    Ook wordt er nog steeds overlegd over het maaibeheer en het baggeren van de sloten, maar daarover later meer!

    Heb je nog vragen, opmerkingen of meldingen, dan kun je mij mailen op: johannesvandijk33ATgmail.com

    P.s. Meer informatie kun je ook nog vinden op de website van Drielanden onder het kopje Afvalwaterbeheer.

    Waterslagtracé 3 Siersteenlaan Westpark

    https://www.jansma.biz/online-presentatie-aanleg-persleiding-siersteenlaan-in-groningen/

    In de stad Groningen, tussen de wijk Vinkhuizen en De Held leggen wij in de Siersteenlaan een persleiding aan. De gemeente Groningen heeft de afgelopen jaren onder de noemer ‘Waterslag’ al een aantal persleidingen gelegd. Hierdoor verbetert de afvoer van afvalwater vanuit de stedelijke gebieden richting de waterzuivering. Op deze manier wordt er in verhouding meer afvalwater en minder regenwater naar de zuivering afgevoerd. Een persleiding is een buis waarin het afvalwater onder druk stroomt. Dit doen we in de Siersteenlaan vanaf ter hoogte van de bushalte Opaalstraat aan de Siersteenlaan tot nabij het skateparkje aan de Johan van Zwedenlaan.

    Wij leggen de persleiding aan door middel van een horizontaal gestuurde boring. Dit is een techniek waarbij we niet een sleuf hoeven te graven, zoals normaal gesproken wel moet.

    De nieuwe leidingen worden onder de grond doorgetrokken, vanaf een intredepunt tot aan het uittredepunt. Een horizontaal gestuurde boring bestaat uit drie fases: eerst voeren we de pilotboring uitgevoerd, daarna verruimen we het boorgat en tot slot brengen we de leiding ondergronds.
    https://youtu.be/2C3JvhMyQXY

    Literatuur, Referenties

    1. https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Bijlage-GWRP-2020-2024-1.pdf
    2. https://www.yumpu.com/nl/document/view/52055801/groninger-water-en-rioleringsplan-gemeente-groningen
    3. https://www.yumpu.com/nl/document/view/18590899/toelichting-en-voorschriften-de-held-iii-gemeente-groningen
    4. https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-/NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-/t_NL.IMRO.00140000454PCPdeHeldIII-.pdf
    5. https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?coll=dts&identifier=MMUBA13%3A001654001%3A00483
    6. https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-vo01/t_NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-vo01_3.3.html
    7. https://nl.wikipedia.org/wiki/Leegkerk#Vroege_geschiedenis
    8. https://nl.wikipedia.org/wiki/Bangeweer
    9. https://nl.wikipedia.org/wiki/Ruskenveen
    10. https://nl.wikipedia.org/wiki/Rug_van_Tynaarlo
    11. https://www.terpenonderzoek.nl/images/Nieuwsbrief-Ver.Terpenonderzoek-19--juni-2014-.pdf/
    12. https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-oh01/t_NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-oh01_3.1.html
    13. https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Bijlage-GWRP-2020-2024-1.pdf

    In Groningen zijn meerdere solitaire stadsvijvers
    met elkaar verbonden. Bij deze projecten is
    tegelijk regenwater afgekoppeld en direct naar
    de vijvers afgevoerd. Daarnaast zijn de volgende
    projecten en activiteiten uitgevoerd:
    • afkoppelprojecten in de Oosterpoortb



    De ruggengraat van De Held III is een centrale ader die van zuid naar noord door het gehele ... ader wordt een verbinding gemaakt tussen het Omgelegde Eelderdiep, ... feit dat de centrale waterader niet als bergingsgebied kan dienen. 6.

    Archeologische verwachting Hoogkerk en omgeving

    https://plannen.groningen.nl/ro-online/plannen/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-/NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-oh01/t_NL.IMRO.0014.BP482HoogkerkGrave-oh01_3.1.html
    Hoogkerk ligt op de noordelijkste punt van een uitloper van 'de rug van Tynaarlo'. Dat is een smalle dekzandrug die parallel loopt aan de Hondsrug, waar de stad Groningen op ligt. Het dorp Hoogkerk is waarschijnlijk als nieuwe stichting rond 1200 na Christus ontstaan. Deze datering wordt bevestigd door een opgraving die in 2000 heeft plaatsgevonden, toen in de Kerkstraat een schuur werd gesloopt. Op het kleine oppervlak van 32 vierkante meter werden twee waterputten en een waterkelder aangetroffen. Een van de waterputten, die opgezet was met turven, bleek van middeleeuwse origine. De dichtheid aan sporen geeft aan dat Hoogkerk in archeologisch opzicht een bijzonder waardevolle plaats is. De dorpskern van Hoogkerk is daarom ook opgenomen op de archeologische waardenkaart van Nederland als een terrein van hoge archeologische waarde.

    Het centrum van Hoogkerk is niet ontstaan op een wierde, zoals aanvankelijk werd gedacht, maar direct op de zandrug. Op deze dekzandrug kunnen sporen uit de prehistorie en latere tijden nog goed bewaard zijn gebleven. Een dergelijke nederzettting lag bijvoorbeeld aan de Zuiderweg, waar in 1996 een opgraving werd verricht waarbij sporen uit de steentijd en sporen en resten uit de eerste eeuwen na Christus zijn aangetroffen.

    Ten noorden van Hoogkerk duikt de rug van Tynaarlo weg onder de klei – en veenafzettingen. Om geen natte voeten te krijgen werden direct ten noorden van het centrum van Hoogkerk werden – nog op de dekzandrug – wierden opgeworpen. Deze wierden markeren het begin van het zogenaamde wierdengebied. Dit gebied overstroomde regelmatig, waarbij klei werd afgezet. Bewoning kon alleen plaatsvinden op verhoogde wierden. Het wierdengebied rond Hoogkerk maakt daarmee deel uit van het zeer goed bewaarde cultuurlandschap van de streek Middag in het Westerkwartier (zie figuur 1).

    In dit bestemmingsplan liggen twee wierden die aangewezen zijn als terrein van hoge archeologische waarde en een (klein) gedeelte van een archeologisch rijksmonument. De wierden van hoge archeologische waarden liggen direct ten noorden van Hoogkerk, waar de dalende dekzandrug werd opgehoogd om droge voeten te houden (zie figuur 2). Deze terreinen zijn reeds door Miedema in 1984 in haar proefschrift geïnventariseerd en opgetekend en toentertijd ook opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart van Nederland. Het betreffen de AMK-nummers 7050 en 7051.

    Het archeologische rijksmonument dat voor een gedeelte binnen het plan ligt, betreft ook een gave en intacte wierde, gelegen achter Noodweg 1. Een klein gedeelte van deze wierde ligt binnen het plangebied van het bestemmingsplan. Op dit gedeelte is in 2009 een bouwvergunning verleend voor een nieuwe woning op basis van het geldende bestemmingsplan. Het is in principe verboden om op deze locatie de grond te roeren. Voor werkzaamheden die de grond rondom deze woning ingaan is daarom een vergunning nodig van de minister van het verantwoordelijke ministerie OCW.
    190-a Drielanden helofytenfilters Waterslag 3

    1. Online kennismaking Herenboeren (16 april)- Shared screen with speaker view
      https://zoom.us/rec/play/upArf-2rq283E9aTswSDAfJ7W420Kv-s03Ae8qUMnU7gV3AEZwL1NeZDM-SF0CWAuUvFXqilRms14PHr?continueMode=true
      Herenboeren Nederland hield in april 2020 twee webinars. Hiermee stelden we geïnteresseerden, die normaliter een Herenboerderij of informatieavond zouden bezoeken, toch in staat kennis te maken met onze beweging. Zowel het eerste webinar van 16 april als het tweede van 24 april is terug te kijken
      Webinar 16 april 2020

    2. Online kennismaking Herenboeren (16 april)- Shared screen with speaker view
      https://zoom.us/rec/play/upArf-2rq283E9aTswSDAfJ7W420Kv-s03Ae8qUMnU7gV3AEZwL1NeZDM-SF0CWAuUvFXqilRms14PHr?continueMode=true
      Herenboeren Nederland hield in april 2020 twee webinars. Hiermee stelden we geïnteresseerden, die normaliter een Herenboerderij of informatieavond zouden bezoeken, toch in staat kennis te maken met onze beweging. Zowel het eerste webinar van 16 april als het tweede van 24 april is terug te kijken
      Webinar 16 april 2020

    3. Herenboeren Nederland hield in april 2020 twee webinars. Hiermee stelden we geïnteresseerden, die normaliter een Herenboerderij of informatieavond zouden bezoeken, toch in staat kennis te maken met onze beweging. Zowel het eerste webinar van 16 april als het tweede van 24 april is terug te kijken
      https://vimeo.com/412632552

    4. https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/evenementen-agenda/2021/webinar-bouwen-natuur/
      Ellis Penning ( Deltares)
      https://vimeo.com/555091245/e0ac812de1

    5. Zeeuwind Film PICL (Windvogel, Zeeuwind, NPEX)
      Webinar Zeeuwind, vergadering Zeeuwind
      Notulen Windvogel

    6. BookChoice
      https://klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/evenementen-agenda/2021/webinar-bouwen-natuur/

    7. De vleermuizen in de stad-pagina en de presentaties zijn sinds we de laatst online hebben gezet niet van plaats veranderd.
      De rechtstreekse link naar de intropagina is: https://www.zoogdiervereniging.nl/vids
      En de link naar de presentaties vind je onderaan de pagina: https://www.zoogdiervereniging.nl/vids-symposium
      Via onze homepage is de pagina te vinden via het menu:

    8. KNNV Wageningen Stikstof
      Vakantiehuisje Mimosa
      vlindersportugal.nl
      https://www.ad.nl/alphen/waarom-insecten-langzaam-verhongeren-door-goedbedoelde-acties-voor-natuur~a85aac07/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=socialsharing_web
      60 meter boven de omgeving van de Gartower Elbmarsch uit. Hier lopen we door bossen met soorten als Fluiter, Wielewaal en leuke planten. ’s Middags bekijken we de Rundlingsdorpen bij Lüchow.
      Vrijdag 26-6: Bezoek aan de bossen op de Göhrde, een voormalig koninklijk jachtdomein, waar in de oude bomen allerlei bijzondere spechten en kevers leven.
      Zaterdag 27-6: Dag ter vrije invulling voor andere interessante doelen
      Zondag 28-6: Bezoek Feuerlilie-Tage in Govelin en thuisreis (vanaf 17.00 uur).

    9. Mycologen SoortenNL
      Vandaag een boeiende lezing over de fascinerende wereld van de paddenstoelen, door Alfons Vaessen van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Wederom dank voor jullie aandacht!
      https://www.mycologen.nl/actueel/nieuws/online-lezingen/
      https://www.mycologen.nl/agenda/
      De buitenlandse werkweek wordt in 2021 gehouden in Abreschviller, Frankrijk.
      https://www.mycologen.nl/onderzoek/educatie/floradag-2021/
      Basiscursus veldbiologie
      Les 5 van deze cursus was gewijd aan paddenstoelen. Wat zijn het? Waar in het systeem van het leven horen ze thuis? Welke vormgroepen zijn er allemaal? Dat zijn maar een paar vragen die in deze cursus beantwoord worden! Zelfs als je denk al wat te weten over paddenstoelen is het bekijken van deze cursus de moeite waard! Kies je eigen tijd en ga er lekker voor zitten.
      De anderhalf uur durende presentatie is terug te zien via YouTube.
      https://www.youtube.com/watch?v=6ru-WQDGRTI&t=17s

    10. NatuurInclusief Bouwen
      https://vimeo.com/555091245/e0ac812de1

    11. natuurserie over puur natuur op onverwachte plekken. Klaas van Nierop probeert de oorspronkelijke plantensoorten weer terug de stad in te krijgen. Peter Bulk maakt een boottocht door de singelgrachten. Lees meer
      https://www.npostart.nl/NCRV_1250035

    12. Land van Ons Podcast - Bezoek aan het perceel Zwagermieden 2021
      https://vimeo.com/562511743
      Land van Ons Podcast - Bezoek aan het perceel Zwagermieden 2021 In de zomermaanden organiseren we geen webinars voor onze deelnemers maar zetten we boeiende podcasts voor iedereen klaar. Gertie Papenburg

      Land van Ons Podcast - Bezoek aan het perceel Zwagermieden 2021 from Land Van Ons on Vimeo.De eerste aflevering is gemaakt op het perceel Zwagermieden, toen er in april deelnemers van de perceelgroep, van de landelijke kennisgroep en experts uit de regio in overleg gingen. Een mooi beeld van dit waardevolle perceel in in het Friese landschap. Beluister dan de podcast – op weg naar je vakantieadres.

    Land van Ons Podcast - Bezoek aan het perceel Zwagermieden 2021 from Land Van Ons on Vimeo.

    Ingresado el 02 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario

    28 de julio de 2021

    209-De '''Zwagermieden''' is een weidegebied in de Nederlandse provincie Friesland. He

    De '''Zwagermieden''' is een weidegebied in de Nederlandse provincie Friesland. Het waterrijke gebied wordt begrensd door de Petsloot, de Kollumerzwaagstervaart, Easterbroeksterwei en de Miedwei, en bestaat uit laaggelegen veen en klei-op-veen.{{Citeer web|url=https://landvanons.nl/perceel/triemen/|titel=Triemen1-Zwagermieden|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Henk Verschoor|achternaam=Verschoor|voornaam=Henk|datum=Juli 2021|uitgever=Land van Ons}} Het gebied ligt op en aan de noordelijke flank van het Drents Plateau op de overgang van het oudere zandlandschap naar het jongere vveen en kleilandschap. Het gebied is aangewezen voor (agrarische) natuurontwikkeling en bevat naast percelen van Land van Ons ook een in 2004 nieuw aangelegd SBB Natuurreservaat. Mogelijk dat dit reseveraat gerealiseerd is via de ruilverkaveling Kllumerland. Samen met Lauwersmeer, Triemen, Houtwiel, Ottema-Wiersma reservaat en Groote Wielen complex maakt het onderdeel van van een natte as van natuurgebieden. In het centrum van het gebied liggen een paar broekbosjes. De plassen zijn begin vorige eeuw drooggelegd{{Citeer web|url=http://landschapsgeschiedenis.nl/deelgebieden/28-Noordelijke_Friese_Wouden.html|titel=Noordelijke Friese Wouden|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Gerben de Vries|achternaam=De Vries|voornaam=Gerben|medeauteurs=Theo Spek|datum=Juli 2021|uitgever=Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen|taal=NL}}.

    Vroeger liep in de Zwagermieden het stroomdal van de [[Oude Zwemmer]], een waterloop ten noordoosten van de Zwagermieden die in de [[Petsloot]] uitkomt. In het natuurgebied zijn nog sporen te vinden van vier plassen die hier vroeger lagen. Zoals het moeras De Brekken aan de Petsloot.

    ==Geologie, Prehistorie, Landschaphistorie==
    Het [[Ontstaan_van_de_Nederlandse_ondergrond]] werd gevormd in het [[Saalien]] of [Drenthien] toen het [[landijs]] heel Noord West Europa bedekte en tot Midden Nederland kwam. Bij deze [[voorlaatste ijstijd]] lag hier 300m [[landijs]] waarbij het [[Drents Plateau (gebied)|Drents Plateau]], de [[Hondsrug]] en de oerbeekdalen als [[de Hunze]] en [[Drentse Aa]] door het smeltwater ontstaan zijn een dikke keileemlaag afkomstig van het landijs. Bij de [[laatste ijstijd]] 20.000 jaar geleden bereikt het [[landijs]] Zwagermieden niet en ontstaat een duinlandschap en stuifzanden zoals de [[Friese Wouden]] met hun zandafzettingen.
    In de [[laatste ijstijd]], het [[Weichselien]] ontstonden pingo’s of vorstheuvels doordat grote concentraties water in de ondergrond bevroren (permafrost). Ondergronds water zette door bevriezing uit en vormde een grote ijslens en de bovenliggende grond werd opgetild tot een heuveltje. Toen het klimaat weer warmer werd tijdens het [Holoceen] smolt het ijs en vormde een wal rond het nu ontstane meer.
    De oude Beekdalen werden opgevuld met dekzand. 2000 jaar terug is alle koude weg en tijdens het [[interglaciaal]] komt de zee omhoog en verdwijnt de Noordwesthoek van Europa onder hoogveen. Het gebied is dan kwelder en wordt niet bewoond{{Citeer web|url=http://landschapsgeschiedenis.nl/deelgebieden/28-Noordelijke_Friese_Wouden.html|titel=Noordelijke Friese Wouden|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Gerben de Vries|achternaam=De Vries|voornaam=Gerben|medeauteurs=Theo Spek|datum=Juli 2021|uitgever=Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen|taal=NL}}.

    == Middeleeuwen ==
    Tijdens de [[Grote Ontginning]] komen de nieuwe bewoners vanuit de kleigebieden via de toen ontstane beeklopen en veenriviertjes het gebied in.
    Sinds de 13e eeuw wordt turf gewonnen uit Zwagermieden dat tijdens het [[interglaciaal]] ontstaan is. Rondom 1400 verdwijnt de bewoning van de nu lagere [[mieden]] naar de dan hogere zandruggen{{Citeer web|url=http://www.historischepaden.nl/index.php?page=Wandelroutes&action=view&id=6|titel=Wandelroute 25. De Triemen - Zwagermieden|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Landschapsbeheer Friesland|achternaam=SGB Noordelijke Friese Wouden|voornaam=Gemeenten in Noordoost Friesland|datum=Juli 2021|uitgever=Provincie Friesland}}. Tegen het einde van de Middeleeuwen was de ontging voltooid. Mieden zijn laaggelegen hooilanden die niet bemest werden omdat ze vaak ver van de boerderij lagen{{Citeer web|url=http://landschapsgeschiedenis.nl/deelgebieden/28-Noordelijke_Friese_Wouden.html|titel=Noordelijke Friese Wouden|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Gerben de Vries|achternaam=De Vries|voornaam=Gerben|medeauteurs=Theo Spek|datum=Juli 2021|uitgever=Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen|taal=NL}} {{Citeer web|url=https://www.geologievannederland.nl/landschap/landschappen/zeekleilandschap|titel=Geologie van Nederland-ZeekleiLandschap|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Frank Wesselingh|achternaam=Wesselingh|voornaam=Frank|medeauteurs=Educatieve dienst Naturalis|datum=Juli 2021|uitgever=Naturalis|taal=nl}} {{Citeer web|url=https://www.geologievannederland.nl/tijd/reconstructies-tijdvakken/laat-pleistoceen#head3|titel=Geologie van Nederland-Laat Pleistoceen|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Frank Wesselingh|achternaam=Wesselingh|voornaam=Frank|medeauteurs=Educatieve dienst Naturalis|datum=Juli 2021|uitgever=Naturalis|taal=nl}}.

    == Na de Gouden Eeuw ==
    Door afgraven van het veen en door inklinking is de bewoning verschoven naar de zandruggen en liggen de [[Made (hooiland)|Mieden]] lager en zijn veel natter door ontwatering waardoor alleen hooi gewonnen wordt in de drogere zomer. Na de 18e eeuw wordt ook het veen onder de kleilaag gewoonen en daar wijzen de verlande petgaten met riet en de wijken en kanalen op{{Citeer web|url=http://www.historischepaden.nl/index.php?page=Wandelroutes&action=view&id=49|titel=Wandelroute 48. Zwagermieden–Rinsma Pôlle|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Gemeenten Noordoost Friesland|achternaam=Ferwerderadiel|voornaam=Kollumerland|datum=Juli 2021|uitgever=Provincie Friesland}}.

    Waar nu rietvelden zijn lagen vroeger petgaten lagen waar in de 19e eeuw nog turf gewonnen werd. De boerderijen stonden met het bijbehorende vee en bouwland in het dropslint Zwaagwesteinde, Kollumerzwaag Driesum, Westergeest en De Triemen. Sinds 1800 is het veenweidegebiede weing veranderd. Na de turfwinnning was het veenweidegebied eigenlijk alleen nog maar geschikt als hooiland. In de 20ste eeuw is het gebied rondom "De Dolle" in beheer geweest als weideperceel en hooiland en kent weinig kruiden{{Citeer boek|titel=DeskResearch Zwagermieden Triemen 2|auteurlink=https://landvanons.nl/|auteur=Henk Verschoor|medeauteurs=Henk Verschoor|url=https://landvanons.nl/|uitgever=Land van Ons|datum=Juli 2021}}. De Oude of kleine Zwemer liep vol in dit gebied bij hoog water. Het is een stroom vanuit de middeleeuwen gevoed met zoutwater en voor de middeleeuwen werd de Zwemmer gevoed met zoet water uit het veen. Wat hoog lijkt in het gebied is laag geweest. De klei rug is een kreekrug van vroeger dat vroeger vlak geweest moet zijn geweest. In 1926 is er een weg, een dijk en een sloot aangelegd waardoor het aan het einde van een watergebied is komen te liggen. Met de aanleg van het kanaal konden in 1910 de overige plassen droog gelegdeggen. Het [[veenweidegebied]] van de Zwagermieden is heel anders dan het veenweidegebied in Holland.

    ==Infrastructuur ==
    Begin jaren '30 is het gebied ontsloten door de Miedwei. De ontwatering van de wieden gebeurt door greppels. De grond is [[knipklei]] die slecht geschikt is akkerbouw. Het is klei die niet droog wil worden als het nat is en die snel verzuurd wat voor het bodemleven wel aandacht geeft. De grondstoorten in het gebied zijn zand, veen en klei.
    ==Land van Ons, de Toekomst en Onderzoek ==
    Eind 2020 heeft Land van ons Triemen( 4 hectare, De Zwagermieden) aangekocht en in 2021 is dit gevolgd door een 16,4 hectare groot "De Dolle" perceel gelegen aan de Miedwei in de Zwagermieden naast een terrein van Staatsbosbeheer, net als bij Holtesch en Hezenes(Diever).

    === Onderzoek en Monitoring ===
    Bij andere aangekochte gebieden werken Land van Ons vaak samen met universiteiten(Leiden, Rug, Amsterdam) en andere Inventariesatieorganisaties om in een langduring traject het herstel van biodiversiteit en landschap te volgen. Plaatselijk, ook voor het perceel op de Zwagermieden, worden vrijwilligers-beheerteam gevormd, die gaan over de inrichting van het perceel. Monitoringteams kunnen een [https://waarneming.nl/bioblitz/vrouwevennepolder/ Bioblitz] houden. Verwacht kan worden dat de nadruk op Weidevogels zal liggen. De Zwagermieden hebben een behoorlijke kweldruk waardoor de sloten een bovengemiddelde waterkwaliteit hebben wat tot een hoge dichtheid aan slakjes en modderkruipers leidt. Op [https://waarneming.nl/locations/19798/photos/? waarneming.nl is de Biodiversiteit] te bewonderen.

    === Flora ===
    Het landschap van Zwagermieden is al honderden jaren niet aangetast en ook de flora is hier van oudsher aanwezig zonder grootschalige inzaaing met bijzondere planten als Stijve moerasweegbree, kleinste egelskop{{Citeer web|url=https://vimeo.com/562511743|titel=Land van Ons Podcast - Bezoek aan het perceel Zwagermieden 2021|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Gertie Floron Papenburg|achternaam=Papenburg|voornaam=Gertie|uitgever=Floron}}. De Zwagermieden is een bolwerk voor de Welriekende agrlnonie.

    === Bouwplan===
    Het land wordt extensief gebruikt als wei- en hooiland en enkele boerenpercelen dienen nog als aardappel- en maïsland. De Zwagermieden is vooral een vogelgebied dat volloopt door de Zwemmer.
    Op het land grazen 20 kleine geharde Ierse [[Dexter]] koeien, een ras van ongeveer een meter hoog en voldoen aan ‘Agrarisch met waarden – open gebied’. In het voorjaar wordt de waterstand verhoogd om een plas dras situatie te creeren en zal eind juni gemaaid gaan worden gevolgd door begrazing met koeien en bemesting met vaste mest. De Greppels worden 'verslenkt' en robuster om het water vast te houden. Er zijn nu smalle zwartstroken met niet inheemse bloemen gemaakt. De bedoeling was om voor de kievit zwarte grond met mais aan te legggen omdat kievit veel op akkerland zit. Omdat de jongen daar niet op kunnen groeien is het nut beperkt. Maaisel uit SBB beheerd gebied wordt aangebracht in vijf stroken in het gebied. De bedoeling is dat er ook percelen gehooid gaan worden terwijl hooien steeds minder gebruikelijk is in Nederland. Mogelijk dat ingeschreven wordt op pakketten als reguliere plasdras, greppel-plasdras, kruidenrijk grasland, ruige mest, legselbeheer en grasland met rust periode.

    === Visie ===
    Gronden aan De Dolle hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – besloten gebied’ met extra bestemming ‘Waarde – landschap’ en ook in het Zoekgebied water. De bedoeling is om de percelen voor Weide vogels in te richten.{{Citeer web|url=https://landvanons.nl/wp-content/uploads/2021/06/Resultaten-vogeltelling-Triemen.pdf|titel=Resultaten Vogeltelling 2021|bezochtdatum=Juli 2021|auteur=Vogelwacht Sije Schotanus|achternaam=Schotanus|voornaam=Sije|datum=Juli 2021|uitgever=Vogelwacht Friesland}}

    ==Links==

    {{Appendix|2=
    {{References}}
    }}

    [[Categorie:Geografie van Friesland]]
    [[Categorie:Landschapsmonument]]
    [[Categorie:Natuurgebied in Friesland]]
    [[Categorie:Polder in Friesland]]
    [[Categorie:Provinciaal landschap]]
    {{Navigatie Land van Ons}}

    Literatuur, referenties

    ↑ Nieuwsblad Noordoost Friesland, Nieuwsblad Noordoost Friesland, "Bosje wijkt voor kansen weidevogel", 19 februari 2021. Geraadpleegd op 21 februari 2021.
    ↑ [Worst & Susanne Coppens (Cultuurland Advies)]; prof. dr. Hans Mol, prof. dr. Gilles de Langen, Landschapsbiografie van Noardeast-Fryslan.
    ↑ [Tomson, J.H.B.W. Elgershuizen, G.J. Bekker, W.E.M. Laane, S.H. Hosper, C. Kwakernaak, J. van Baalen, D.E.H. Wansink]; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Directie Zuid-Holland (ZH), Ecologische structuur: natte as Friesland Deltagebied. https://www.rijkswaterstaat.nl/.
    ↑ a b SGB Noordelijke Friese Wouden, Gemeenten in Noordoost Friesland, Wandelroute 25. De Triemen - Zwagermieden. Provincie Friesland (juli 2021). Geraadpleegd op juli 2021.
    ↑ [Wiersma]; Kennis Centrum Landschapl, Open Akkercomplexen in Friesland. Kennis Centrum Landschap RuG (22 februari 2021).
    ↑ [Hacquebord]; Natuurwetenschappelijke commissie Utrecht, KOLLMERLAND EEN KULTUURLANDSCHAP VAN UITZONDERLIJKE BETEKENIS (2006).
    ↑ De Vries, Gerben; Theo Spek, Noordelijke Friese Wouden. Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen (juli 2021). Geraadpleegd op juli 2021.
    ↑ Wesselingh, Frank; Educatieve dienst Naturalis, Geologie van Nederland-ZeekleiLandschap. Naturalis (juli 2021). Geraadpleegd op juli 2021.
    ↑ Wesselingh, Frank; Educatieve dienst Naturalis, Geologie van Nederland-Laat Pleistoceen. Naturalis (juli 2021). Geraadpleegd op juli 2021.

    Ingresado el 28 de julio de 2021 por ahospers ahospers | 0 comentarios | Deja un comentario